Ad
< terug

Blokkie om

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen

Door Henk van Duuren

Begin jaren zestig van de vorige eeuw. Woensdagmiddag en vrij van school. Veel huizen en weinig groen. Je had de stoep en de straat. Daar moest je vertier zoeken. We vermaakten ons best in ons straatje in een echte arbeidersbuurt. Eén huishouding met televisie en de vertegenwoordiger van de hoek had een auto.
Fietsen stonden er overal in overvloed, maar op de straat kon je vrijuit spelen. We bedachten zelf tik- en vangspelletjes en alle kinderen uit de straat mochten meedoen. Voor de kleinsten werden de regels aangepast en zo leerden we spelenderwijs rekening te houden met elkaar. We hielden daarentegen ook wedstrijden. Wie kon er het snelst in de lantaarnpaal klimmen? Wie was de beste bij stoepranden, een spel waarbij gemikt werd op de stoeprand aan de overkant en als de bal terugstuitte had je een punt. Wie was het beste met knikkeren?

Hoogtepunt van de woensdagmiddag was de hardloopwedstrijd. Het zogenaamde ‘blokkie om. De lopers liepen altijd tegen de klok in rond het blok huizen. Eerst langs de kruidenier van de hoek, dan langs het rijtje met deftige huizen, vervolgens door het straatje met garageboxen, waarna een stukje winkelstraat met melkboer, drogisterij en slager volgde. Bij de slager op hoek moest je als eerste de bocht zien te nemen, want de finish was dan heel dicht bij. De totale afstand was wel 400 meter, een immense afstand voor velen van ons. Je mocht één wedstrijd per week lopen en zelf de tegenstander uitzoeken. Wee je gebeente als je iemand uitzocht die je gemakkelijk kon verslaan. Daar werd je dan op niet mis te verstane wijze op gewezen.

Bij de lantaarnpaal werd met een potscherf een lijn getrokken. De kleintjes mochten eerst en Jopie was altijd scheidsrechter. Hij was nogal gezet en verloor van alle kinderen uit de straat. Dat vonden we zielig voor hem en de ‘straatoudste had hem, om gepest te voorkomen, tot scheidsrechter gepromoveerd. Met een rood-wit-blauw vlagje en een venijnig snerpend fluitje startte hij de wedstrijdjes. Er waren geen prijzen. De winst op een sterker geachte hardloper bracht je aanzien, ongeacht je eigen leeftijd.

Ik zat in een zware categorie. Er waren wel tien kinderen van om en nabij de tien à elf jaar. Van niemand uit die groep, op een buurmeisje na, kon ik winnen. Alle jongens versloegen me met gemak. Een schrale troost was het dat niemand uit de straat van Anneke, het buurmeisje van de overkant, kon winnen. De jongens durfden haar niet uit te dagen voor een wedstrijd. Ze wisten op voorhand al dat Anneke met ze speelde. Ze liep altijd gelijk op tot aan de melkboer, versnelde even, was als eerste bij de slager en liet met groot gemak alle jongens achter zich. Zelfs de pubers van om en nabij de zestien liet ze haar hakken zien. Anneke was in onze straat een fenomeen en dat wist ze, dat wisten wij.

De weerzin om tegen haar te lopen werd steeds groter. Anneke had dat in de gaten. Naast een snelle, was ze ook nog eens een slimme en heel knappe meid. Dat laatste buitte ze handig uit. Ze bracht de hoofden van ons allemaal op hol door te beloven dat de jongen die haar versloeg een echte zoen kreeg. Nee, niet zon liflafje op de wang, nee…een echte…volop de mond. Een zoen, die een echte winnaar verdiende.

Als ik s avonds met mijn hoofd uit het bovenraam hing zag ik dat haar woorden effect hadden gesorteerd. Drie buurjongens en mijn broer Gerard trainden iedere avond. Jopie hielp mee, had het horloge met secondewijzer van zijn oudere broer daarvoor achterover gedrukt en nam de rondetijden op. Nico had gymnastiekschoenen en om de beurt trokken de jongens de schoenen aan en probeerden keer op keer snellere tijden neer te zetten. Jopie gilde van opwinding als de tijden verbeterd werden.

Naar school toe werd er niet meer geslenterd, er werd hard gelopen en bezweet namen we plaats in de schoolbanken. Bezweet kwamen we ook weer thuis en na het kopje thee en het daarbij behorende Maria biscuitje werd er getraind. Ik deed wel mee, maar niet echt fanatiek. De anderen liepen me bijna op een straatlengte en ik maakte te weinig vorderingen om ook maar van een kus van Anneke te mogen dromen.

Op de eerste de beste woensdagmiddag vochten de jongens erom wie Anneke mocht uitdagen. Het zou bijna slaande ruzie worden, maar Jopie bleek een geboren scheidsrechter. Hij liet de kemphanen lucifers trekken. Vier jongens, vier lucifers en wie de langste trok mocht Anneke uitdagen. Nico won en glunderend daagde hij Anneke uit. Hij informeerde nog wel even of ze nog wist wat ze beloofd had. En of ze dat wist, wapperde met haar lange blonde haren, showde lachend haar puntgaaf gebit en liep met pretlichtjes in haar hemelsblauwe ogen naar de startstreep.

Jopie vlagde en floot. Weg waren ze en wij renden allemaal naar de slagerij op de hoek om te zien of er gekust ging worden. Nico lag tot aan de drogisterij op kop, Anneke versnelde en zij aan zij renden ze op de meet af. Anneke zette nog even aan en versloeg Nico nipt. Ze dartelde daarna verder, terwijl Nico languit op de grond lag om bij te komen. Hij was teleurgesteld en wij niet minder. Zon echte kus, dat hadden we wel eens willen zien.

De trainingen werden opgevoerd en de tactiek om Anneke te verslaan uitvoerig gesproken. Er werd niet meer geloot. Jopie organiseerde op zaterdagmiddag een kwalificatiewedstrijd. Ieder liep solo een rondje en wie het snelste liep mocht Anneke uitdagen. Mijn broer Gerard won met ruime voorsprong en ik was laatste, met ruime achterstand op de rest.

De kleinsten hadden hun wedstrijdjes gelopen en daarna was het de beurt aan Anneke tegen Gerard. De trainingen waren niet voor niets geweest. Bij de slager lag Gerard vijf meter voor en bleef dat ondanks een felle eindsprint van Anneke. Alle kinderen bij de meet scandeerden meteen luidruchtig: “Kussen, kussen, kussen!” en maakten een kring rond het tweetal. Anneke haalde haar hand door het haar, keek Gerard lachend aan, pakte zijn hoofd met twee handen vast en gaf hem een lange warme zoen pal op de mond. De kring kinderen joelde, Gerard kreeg een kop als een biet en Anneke dartelde met een ‘tot de volgende keer alweer richting huis. Gerard was de held van de straat. Wekenlang, want Anneke versloeg in de daarop volgende wedstrijden alle uitdagers. De jongens waren stinkend jaloers op hem en ik niet minder. Ik wilde ook wel zon kus, van wel minstens vijf tellen, van Anneke.

Op een avond hing ik weer met mijn hoofd uit het raam en zag Anneke lopen. Ik vroeg of ze met me wilde stoepranden. Dat wilde ze wel en we speelden diverse potjes. De volgende dag stond ze bij me voor de deur en vroeg me of ik mee deed met blikspuit. Een leeg conservenblik werd op de straatput gezet, één van de groep kinderen gaf er een geweldige trap tegen aan en we hadden de gelegenheid om ons te verstoppen totdat het blik weer op de put stond. Bij elke verstopbeurt liep Anneke met me mee. De daarop volgende weken werden we, na schooltijd, want ik zat op een jongensschool, een onafscheidelijk stel. We knikkerden, klommen in bomen, trokken belletje, voetbalden, stookten fikkie en vermaakten ons op een geweldige manier.

Het was woensdagmiddag en Anneke had alle jongens al weer verslagen, inclusief Gerard. Niemand daagde haar uit en bij het uitkiezen van een tegenstander wees ze mij aan. De hele club kinderen loeide afkeurend. Ze wisten van tevoren dat ik geen schijn van kans had. Jopie startte de wedstrijd. We liepen in een flink tempo, Anneke voorop. Halverwege piepten mijn longen alsof er een nest hongerige muizen in huisde. Bij de melkboer was mijn hoofd zo rood aangelopen als een overrijpe tomaat en voelde aan of het spontaan uit elkaar kon springen. Ondanks de pijn versnelde ik en passeerde Anneke. Soepel en swingend als een elegante panter danste ze naast me. Ik hoorde haar hijgende ademhaling en zag de innemende lach op haar gezicht. Ze speelde met me en voorbij de slager zou ze me genadeloos afstraffen. Haar aanval bleef uit en ik won het wedstrijdje. “Kussen, kussen, kussen!” scandeerden alle kinderen. Anneke kwam naar me toe met een betoverende lach op haar gezicht alsof zij de wedstrijd gewonnen had. Onder het toeziend oog van alle kinderen gaf ze me een lange, zachte onderzoekende kus op mijn mond. De hele groep werd er stil van en Gerard hoorde ik bewonderend fluisteren: “Dat was pas een echte!”

Mijn rode hoofd werd nog roder en de brillenglazen van mijn ziekenfondsbrilletje besloegen. Ik was helemaal beduusd van de overwinning, van de kus en op het moment dat Anneke als een vriendinnetje mijn hand pakte nestelde de liefde voor vrouwen en het hardlopen zich blijvend in mijn lijf.

© Henk van Duuren

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blokkie om

1 december 2005 (0 reacties)

Hardlopen

Door Henk van Duuren

Begin jaren zestig van de vorige eeuw. Woensdagmiddag en vrij van school. Veel huizen en weinig groen. Je had de stoep en de straat. Daar moest je vertier zoeken. We vermaakten ons best in ons straatje in een echte arbeidersbuurt. Eén huishouding met televisie en de vertegenwoordiger van de hoek had een auto.
Fietsen stonden er overal in overvloed, maar op de straat kon je vrijuit spelen. We bedachten zelf tik- en vangspelletjes en alle kinderen uit de straat mochten meedoen. Voor de kleinsten werden de regels aangepast en zo leerden we spelenderwijs rekening te houden met elkaar. We hielden daarentegen ook wedstrijden. Wie kon er het snelst in de lantaarnpaal klimmen? Wie was de beste bij stoepranden, een spel waarbij gemikt werd op de stoeprand aan de overkant en als de bal terugstuitte had je een punt. Wie was het beste met knikkeren?

Hoogtepunt van de woensdagmiddag was de hardloopwedstrijd. Het zogenaamde ‘blokkie om. De lopers liepen altijd tegen de klok in rond het blok huizen. Eerst langs de kruidenier van de hoek, dan langs het rijtje met deftige huizen, vervolgens door het straatje met garageboxen, waarna een stukje winkelstraat met melkboer, drogisterij en slager volgde. Bij de slager op hoek moest je als eerste de bocht zien te nemen, want de finish was dan heel dicht bij. De totale afstand was wel 400 meter, een immense afstand voor velen van ons. Je mocht één wedstrijd per week lopen en zelf de tegenstander uitzoeken. Wee je gebeente als je iemand uitzocht die je gemakkelijk kon verslaan. Daar werd je dan op niet mis te verstane wijze op gewezen.

Bij de lantaarnpaal werd met een potscherf een lijn getrokken. De kleintjes mochten eerst en Jopie was altijd scheidsrechter. Hij was nogal gezet en verloor van alle kinderen uit de straat. Dat vonden we zielig voor hem en de ‘straatoudste had hem, om gepest te voorkomen, tot scheidsrechter gepromoveerd. Met een rood-wit-blauw vlagje en een venijnig snerpend fluitje startte hij de wedstrijdjes. Er waren geen prijzen. De winst op een sterker geachte hardloper bracht je aanzien, ongeacht je eigen leeftijd.

Ik zat in een zware categorie. Er waren wel tien kinderen van om en nabij de tien à elf jaar. Van niemand uit die groep, op een buurmeisje na, kon ik winnen. Alle jongens versloegen me met gemak. Een schrale troost was het dat niemand uit de straat van Anneke, het buurmeisje van de overkant, kon winnen. De jongens durfden haar niet uit te dagen voor een wedstrijd. Ze wisten op voorhand al dat Anneke met ze speelde. Ze liep altijd gelijk op tot aan de melkboer, versnelde even, was als eerste bij de slager en liet met groot gemak alle jongens achter zich. Zelfs de pubers van om en nabij de zestien liet ze haar hakken zien. Anneke was in onze straat een fenomeen en dat wist ze, dat wisten wij.

De weerzin om tegen haar te lopen werd steeds groter. Anneke had dat in de gaten. Naast een snelle, was ze ook nog eens een slimme en heel knappe meid. Dat laatste buitte ze handig uit. Ze bracht de hoofden van ons allemaal op hol door te beloven dat de jongen die haar versloeg een echte zoen kreeg. Nee, niet zon liflafje op de wang, nee…een echte…volop de mond. Een zoen, die een echte winnaar verdiende.

Als ik s avonds met mijn hoofd uit het bovenraam hing zag ik dat haar woorden effect hadden gesorteerd. Drie buurjongens en mijn broer Gerard trainden iedere avond. Jopie hielp mee, had het horloge met secondewijzer van zijn oudere broer daarvoor achterover gedrukt en nam de rondetijden op. Nico had gymnastiekschoenen en om de beurt trokken de jongens de schoenen aan en probeerden keer op keer snellere tijden neer te zetten. Jopie gilde van opwinding als de tijden verbeterd werden.

Naar school toe werd er niet meer geslenterd, er werd hard gelopen en bezweet namen we plaats in de schoolbanken. Bezweet kwamen we ook weer thuis en na het kopje thee en het daarbij behorende Maria biscuitje werd er getraind. Ik deed wel mee, maar niet echt fanatiek. De anderen liepen me bijna op een straatlengte en ik maakte te weinig vorderingen om ook maar van een kus van Anneke te mogen dromen.

Op de eerste de beste woensdagmiddag vochten de jongens erom wie Anneke mocht uitdagen. Het zou bijna slaande ruzie worden, maar Jopie bleek een geboren scheidsrechter. Hij liet de kemphanen lucifers trekken. Vier jongens, vier lucifers en wie de langste trok mocht Anneke uitdagen. Nico won en glunderend daagde hij Anneke uit. Hij informeerde nog wel even of ze nog wist wat ze beloofd had. En of ze dat wist, wapperde met haar lange blonde haren, showde lachend haar puntgaaf gebit en liep met pretlichtjes in haar hemelsblauwe ogen naar de startstreep.

Jopie vlagde en floot. Weg waren ze en wij renden allemaal naar de slagerij op de hoek om te zien of er gekust ging worden. Nico lag tot aan de drogisterij op kop, Anneke versnelde en zij aan zij renden ze op de meet af. Anneke zette nog even aan en versloeg Nico nipt. Ze dartelde daarna verder, terwijl Nico languit op de grond lag om bij te komen. Hij was teleurgesteld en wij niet minder. Zon echte kus, dat hadden we wel eens willen zien.

De trainingen werden opgevoerd en de tactiek om Anneke te verslaan uitvoerig gesproken. Er werd niet meer geloot. Jopie organiseerde op zaterdagmiddag een kwalificatiewedstrijd. Ieder liep solo een rondje en wie het snelste liep mocht Anneke uitdagen. Mijn broer Gerard won met ruime voorsprong en ik was laatste, met ruime achterstand op de rest.

De kleinsten hadden hun wedstrijdjes gelopen en daarna was het de beurt aan Anneke tegen Gerard. De trainingen waren niet voor niets geweest. Bij de slager lag Gerard vijf meter voor en bleef dat ondanks een felle eindsprint van Anneke. Alle kinderen bij de meet scandeerden meteen luidruchtig: “Kussen, kussen, kussen!” en maakten een kring rond het tweetal. Anneke haalde haar hand door het haar, keek Gerard lachend aan, pakte zijn hoofd met twee handen vast en gaf hem een lange warme zoen pal op de mond. De kring kinderen joelde, Gerard kreeg een kop als een biet en Anneke dartelde met een ‘tot de volgende keer alweer richting huis. Gerard was de held van de straat. Wekenlang, want Anneke versloeg in de daarop volgende wedstrijden alle uitdagers. De jongens waren stinkend jaloers op hem en ik niet minder. Ik wilde ook wel zon kus, van wel minstens vijf tellen, van Anneke.

Op een avond hing ik weer met mijn hoofd uit het raam en zag Anneke lopen. Ik vroeg of ze met me wilde stoepranden. Dat wilde ze wel en we speelden diverse potjes. De volgende dag stond ze bij me voor de deur en vroeg me of ik mee deed met blikspuit. Een leeg conservenblik werd op de straatput gezet, één van de groep kinderen gaf er een geweldige trap tegen aan en we hadden de gelegenheid om ons te verstoppen totdat het blik weer op de put stond. Bij elke verstopbeurt liep Anneke met me mee. De daarop volgende weken werden we, na schooltijd, want ik zat op een jongensschool, een onafscheidelijk stel. We knikkerden, klommen in bomen, trokken belletje, voetbalden, stookten fikkie en vermaakten ons op een geweldige manier.

Het was woensdagmiddag en Anneke had alle jongens al weer verslagen, inclusief Gerard. Niemand daagde haar uit en bij het uitkiezen van een tegenstander wees ze mij aan. De hele club kinderen loeide afkeurend. Ze wisten van tevoren dat ik geen schijn van kans had. Jopie startte de wedstrijd. We liepen in een flink tempo, Anneke voorop. Halverwege piepten mijn longen alsof er een nest hongerige muizen in huisde. Bij de melkboer was mijn hoofd zo rood aangelopen als een overrijpe tomaat en voelde aan of het spontaan uit elkaar kon springen. Ondanks de pijn versnelde ik en passeerde Anneke. Soepel en swingend als een elegante panter danste ze naast me. Ik hoorde haar hijgende ademhaling en zag de innemende lach op haar gezicht. Ze speelde met me en voorbij de slager zou ze me genadeloos afstraffen. Haar aanval bleef uit en ik won het wedstrijdje. “Kussen, kussen, kussen!” scandeerden alle kinderen. Anneke kwam naar me toe met een betoverende lach op haar gezicht alsof zij de wedstrijd gewonnen had. Onder het toeziend oog van alle kinderen gaf ze me een lange, zachte onderzoekende kus op mijn mond. De hele groep werd er stil van en Gerard hoorde ik bewonderend fluisteren: “Dat was pas een echte!”

Mijn rode hoofd werd nog roder en de brillenglazen van mijn ziekenfondsbrilletje besloegen. Ik was helemaal beduusd van de overwinning, van de kus en op het moment dat Anneke als een vriendinnetje mijn hand pakte nestelde de liefde voor vrouwen en het hardlopen zich blijvend in mijn lijf.

© Henk van Duuren

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *