Ad
< terug

De Knie

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen

De douche is voor de verandering eens een keer op de goede temperatuur en geeft een krachtige masserende straal. Het voelt zo weldadig aan dat ik, tegen mijn gewoonte in, zeer uitgebreid de tijd neem om er van te genieten. Milieubewustzijn, zuinig met water en energie, nu even niet. Nog een paar minuten, mijn lijf heeft het nodig, ik heb het nodig. Als laatste verlaat ik de doucheruimte en droog me af met een afgewassen, stugge, super absorberende handdoek. Wat kan genot simpel zijn na een alles van je vragende hardloopwedstrijd: een masserende douche en een oude handdoek. Mijn geschrobd en geschuurd lichaam gloeit als ik mijn kleding aantrek. Een loomheid overvalt me en ik ga op de bank zitten met mijn onderarmen op mijn benen in een houding, zoals je die bij vissers ziet. Ik staar voor me uit, zie alles en niets. De wedstrijd speelt zich nog een keer in mijn hoofd af als een film, die achterstevoren gedraaid wordt. De finish, het sprintje, de pijnmomenten en de start. Het was goed, het voelt goed. Tijd om naar huis te gaan.

Op het moment dat ik daad bij woord wil voegen komen er nog twee mannen binnen. De oudste van de twee, een grote forse man van begin zestig, grijpt een kapstok vast en laat zich heel voorzichtig op de bank zakken. Zijn rechterbeen strekt hij naar voren en op zijn gezicht verschijnt een grimas, die het midden houdt tussen een lach en een pijnstoot. Zijn brillenglazen zijn beslagen, het haar hangt in natte slierten langs zijn hoofd en zijn sportkleding is doordrenkt van het zweet. Grote druppels aan oorlellen en neus completeren het geheel. Duidelijk iemand die tot zijn grens is gegaan, iemand die heeft geleden. Hij kijkt me aan met een trotse en tevens wanhopige blik.

“1900!” zegt hij opeens met een zacht zingend Zeeuws accent. “1900!” herhaalt hij nog eens. “Ik heb er 1900 gelopen. Snel, langzaam, in kou, regen, vorst, hitte, noem maar op. 1900!” Hij laat een lange stilte vallen. “1900 wedstrijden overal in Nederland. Ziet u mijnheer. Het is mijn hobby, mijn ding, na mijn vrouw mijn alles. Ik heb alle uitslagen hoor, alles. In een schrift, Ja, daar schrijf ik in waar ik gelopen heb, de naam van de wedstrijd, de afstand, mijn tijd en soms nog een stukje over hoe ik het beleefd heb. En nu dit!” Hij wijst daarbij naar zijn knie. “Helemaal versleten mijnheer. Ik mag er van de dokter eigenlijk niet meer mee lopen, maar ziet u mijnheer, ik krijg volgende week toch een nieuwe knie. Dit loopje kan hem niet slechter maken. Ik krijg toch een nieuwe!” Hij staart naar het lichaamsdeel dat het zo laat afweten, wrijft er over met een handdoek, haast liefkozend, kijkt naar me, ziet mijn vragende blik en vervolgt zijn verhaal.

“U kunt wel horen dat ik hier niet uit de buurt kom. Mijn vrouw en ik zijn hier op vakantie. Bossen en heide dat is wat anders dan al het water dat ik gewend ben. Ziet u mijnheer, ik kom uit Krabbendijke, dat ligt in Zeeland tussen de Ooster- en de Westerschelde. Mooi hoor, al dat water en die ruimte, maar je wilt op vakantie ook wel een wat anders en nu zit ik met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen in een huisje op een vakantiepark. Ik kijk altijd of er een loopje in de buurt is. Dit is de laatste, voordat ik geopereerd word. Donderdag gaat het gebeuren. De chirurg zegt dat het allemaal weer goed komt. Dat ik weer kan hardlopen na een revalidatieperiode!” Er valt nogmaals een stilte. De andere man staat al onder de douche. De Krabbendijker kijkt in die richting en begint zich uit te kleden. Het hemd is over het hoofd, hij frommelt het tot een bal en terwijl hij in een eindeloze diepte kijkt slaakt hij een moedeloos makende zucht. Het klinkt bijna als een klacht.

“Al meer dan veertig jaar doe ik dit met zoveel plezier. En juist nu, nu ik met pensioen ben gegaan, overkomt me dit. Slijtage, gewoon een zwak punt. Het komt niet door het lopen, het zit hem niet in het werk dat ik gedaan heb, het zit in de familie. Krijg je er bij je geboorte zo maar gratis bij.” Hij vist een grote rode boerenzakdoek uit zijn tas en wrijft de brillenglazen droog. “Ik ben nog maar net met de VUT*, kon stoppen met werken op mijn zestigste. Ziet u mijnheer, ik vond het welletjes. Ik zat bij de reiniging, met een veegwagen straatjes vegen, overal in Zeeland. Een mooi vrij beroep. Ik deed het met plezier, maar ik kon er eerder uit en verheugde me al op de loopjes. Voor mijn vijfenzestigste wilde ik er 2000 gelopen hebben. Of ik dat nog red?” Hij strijkt intussen over zijn knie en weer zucht hij heel diep van pure machteloosheid.

Hij staat nu in adamskostuum voor me. Een grote, sterke man met een goed getraind lichaam. Jammer van die knie. Ik sta op als hij richting de doucheruimte gaat en wens hem nog een fijne vakantie toe en veel sterkte voor de operatie. “Dank u wel mijnheer. Misschien zie ik u nog een keer bij een wedstrijd. Tenminste,
als die nieuwe knie me niet in de steek laat.” We geven elkaar een hand en als ik de kleedkamerdeur achter me dichttrek, zie ik nog net hoe hij trekkebenend de doucheruimte binnen stapt.

*VUT (Vervroegde uittreding)

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Knie

3 november 2007 (0 reacties)

Hardlopen

De douche is voor de verandering eens een keer op de goede temperatuur en geeft een krachtige masserende straal. Het voelt zo weldadig aan dat ik, tegen mijn gewoonte in, zeer uitgebreid de tijd neem om er van te genieten. Milieubewustzijn, zuinig met water en energie, nu even niet. Nog een paar minuten, mijn lijf heeft het nodig, ik heb het nodig. Als laatste verlaat ik de doucheruimte en droog me af met een afgewassen, stugge, super absorberende handdoek. Wat kan genot simpel zijn na een alles van je vragende hardloopwedstrijd: een masserende douche en een oude handdoek. Mijn geschrobd en geschuurd lichaam gloeit als ik mijn kleding aantrek. Een loomheid overvalt me en ik ga op de bank zitten met mijn onderarmen op mijn benen in een houding, zoals je die bij vissers ziet. Ik staar voor me uit, zie alles en niets. De wedstrijd speelt zich nog een keer in mijn hoofd af als een film, die achterstevoren gedraaid wordt. De finish, het sprintje, de pijnmomenten en de start. Het was goed, het voelt goed. Tijd om naar huis te gaan.

Op het moment dat ik daad bij woord wil voegen komen er nog twee mannen binnen. De oudste van de twee, een grote forse man van begin zestig, grijpt een kapstok vast en laat zich heel voorzichtig op de bank zakken. Zijn rechterbeen strekt hij naar voren en op zijn gezicht verschijnt een grimas, die het midden houdt tussen een lach en een pijnstoot. Zijn brillenglazen zijn beslagen, het haar hangt in natte slierten langs zijn hoofd en zijn sportkleding is doordrenkt van het zweet. Grote druppels aan oorlellen en neus completeren het geheel. Duidelijk iemand die tot zijn grens is gegaan, iemand die heeft geleden. Hij kijkt me aan met een trotse en tevens wanhopige blik.

“1900!” zegt hij opeens met een zacht zingend Zeeuws accent. “1900!” herhaalt hij nog eens. “Ik heb er 1900 gelopen. Snel, langzaam, in kou, regen, vorst, hitte, noem maar op. 1900!” Hij laat een lange stilte vallen. “1900 wedstrijden overal in Nederland. Ziet u mijnheer. Het is mijn hobby, mijn ding, na mijn vrouw mijn alles. Ik heb alle uitslagen hoor, alles. In een schrift, Ja, daar schrijf ik in waar ik gelopen heb, de naam van de wedstrijd, de afstand, mijn tijd en soms nog een stukje over hoe ik het beleefd heb. En nu dit!” Hij wijst daarbij naar zijn knie. “Helemaal versleten mijnheer. Ik mag er van de dokter eigenlijk niet meer mee lopen, maar ziet u mijnheer, ik krijg volgende week toch een nieuwe knie. Dit loopje kan hem niet slechter maken. Ik krijg toch een nieuwe!” Hij staart naar het lichaamsdeel dat het zo laat afweten, wrijft er over met een handdoek, haast liefkozend, kijkt naar me, ziet mijn vragende blik en vervolgt zijn verhaal.

“U kunt wel horen dat ik hier niet uit de buurt kom. Mijn vrouw en ik zijn hier op vakantie. Bossen en heide dat is wat anders dan al het water dat ik gewend ben. Ziet u mijnheer, ik kom uit Krabbendijke, dat ligt in Zeeland tussen de Ooster- en de Westerschelde. Mooi hoor, al dat water en die ruimte, maar je wilt op vakantie ook wel een wat anders en nu zit ik met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen in een huisje op een vakantiepark. Ik kijk altijd of er een loopje in de buurt is. Dit is de laatste, voordat ik geopereerd word. Donderdag gaat het gebeuren. De chirurg zegt dat het allemaal weer goed komt. Dat ik weer kan hardlopen na een revalidatieperiode!” Er valt nogmaals een stilte. De andere man staat al onder de douche. De Krabbendijker kijkt in die richting en begint zich uit te kleden. Het hemd is over het hoofd, hij frommelt het tot een bal en terwijl hij in een eindeloze diepte kijkt slaakt hij een moedeloos makende zucht. Het klinkt bijna als een klacht.

“Al meer dan veertig jaar doe ik dit met zoveel plezier. En juist nu, nu ik met pensioen ben gegaan, overkomt me dit. Slijtage, gewoon een zwak punt. Het komt niet door het lopen, het zit hem niet in het werk dat ik gedaan heb, het zit in de familie. Krijg je er bij je geboorte zo maar gratis bij.” Hij vist een grote rode boerenzakdoek uit zijn tas en wrijft de brillenglazen droog. “Ik ben nog maar net met de VUT*, kon stoppen met werken op mijn zestigste. Ziet u mijnheer, ik vond het welletjes. Ik zat bij de reiniging, met een veegwagen straatjes vegen, overal in Zeeland. Een mooi vrij beroep. Ik deed het met plezier, maar ik kon er eerder uit en verheugde me al op de loopjes. Voor mijn vijfenzestigste wilde ik er 2000 gelopen hebben. Of ik dat nog red?” Hij strijkt intussen over zijn knie en weer zucht hij heel diep van pure machteloosheid.

Hij staat nu in adamskostuum voor me. Een grote, sterke man met een goed getraind lichaam. Jammer van die knie. Ik sta op als hij richting de doucheruimte gaat en wens hem nog een fijne vakantie toe en veel sterkte voor de operatie. “Dank u wel mijnheer. Misschien zie ik u nog een keer bij een wedstrijd. Tenminste,
als die nieuwe knie me niet in de steek laat.” We geven elkaar een hand en als ik de kleedkamerdeur achter me dichttrek, zie ik nog net hoe hij trekkebenend de doucheruimte binnen stapt.

*VUT (Vervroegde uittreding)

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *