Ad
< terug

Die kerels kunnen me wat

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen


Marathonloper Henk van Duuren schrijft voor hardloopnieuws de column “hardlopen”.

Sinds haar man en zonen deel uitmaakten van het organisatiecomité van het plaatselijke jaarlijkse hardloopevenement was er bij Hetty thuis geen ander gespreksonderwerp. Het was hardlopen voor en na en alle in en outs betreffende de organisatie werden tot in den treuren besproken, uitge- en herkauwd. Hetty probeerde zo nu en dan haar eigen dingetjes in een gesprek naar voren te brengen. Het leverde steevast een geïrriteerde reactie op van haar man en drie zonen. Met verveeld glazige ogen luisterden ze naar haar verhaal om zo snel mogelijk, als het de aangeleerde beleefdheid het toestond, over te schakelen op het alles overschaduwende thema, de cityrun.

In een wanhopige poging om, als enige vrouw tussen al het manvolk, de aandacht te krijgen van hen opperde ze dat ze wel mee kon doen aan de cityrun. Het leverde haar wel de aandacht op, die ze zo nodig wenste, maar niet de bewondering die er volgens haar bij zou horen. “Je hebt van je leven nog niet hard gelopen en nu wil je meedoen aan de cityrun over 10 weken?” schamperde haar man. “Mam, hoe haal je het in je hoofd. Jij met jouw levensstijl, jouw lijf, hardlopen? Laat me niet lachen!” haalde haar oudste zoon uit. Het ‘zo kan ie wel weer van haar man kon het niet meer recht zetten. Gekwetst, boos en verontwaardigd stormde ze de kamer uit om zich huilend op bed te storten. Haar man trof een afgesloten slaapkamerdeur aan. Op al zijn verontschuldigende woorden reageerde ze niet. Na een poging van een goede tien minuten, om met haar in gesprek te komen, gaf hij het op met de woorden: “Ik spreek er wel met je over als ik weer thuis kom van de bestuursvergadering!” Haar schoen landde met een smak tegen de deur en met een ‘tjonge, tjonge, tjonge droop Hans af.

Na een verfrissende douche was haar boosheid enigszins gezakt. Ze liep in haar ondergoed naar de slaapkamer en bekeek zichzelf in de grote passpiegel. Ze zag een stevige veertigjarige vrouw met een buikje, dikke billen en rillen die over de broekrand puilden. Ze pakte de slaapkamerstoel, zette hem met de leuning richting de spiegel en ging er op zitten. Met de benen aan beide kanten en haar kin op de handen, die op de leuning rusten, keek ze nog eens naar haar eigen spiegelbeeld. “Dit laat ik niet over mijn kant gaan!” sprak ze hardop “Die kerels kunnen me wat. Ja, ik zie ook wel dat ik er niet als een afgetrainde hardloopster uit zie. Wat willen ze dan van me. Dat ik er bij loop als een uitmergelde bottenkast? Ze lijken wel gek” foeterde ze. “Vanavond veeg ik ze allemaal flink de kast uit en Joost zal ik extra de oren wassen. Mam, jij met jouw levensstijl, jouw lijf, hardlopen? Waar haalt hij het lef vandaan?” Daarna viel ze stil, keek langdurig in haar eigen ogen en hervatte de monoloog: “Hetty, wees eerlijk. Je sport nooit, je bent aan de mollige kant, slaat zelden een tussendoortje of traktatie af en hebt altijd afgegeven op hardlopen. Dan kun je toch ook geen begrip en enthousiasme verwachten als je met een dergelijk plan komt. Hetty, weet je wat jij doet? Je zegt niets over het voorval, zorgt dat je afvalt en doet, al word je allerlaatste, mee aan de cityrun. Maar zij zullen dat laatste niet weten. Je laat ze merken en zien dat er niet met je gespot wordt! Kom op meid, je gaat er voor!”

De excuses en verontschuldigingen van man en kinderen nam ze koel in ontvangst. Volgens haar hadden ze liever gezien dat ze in woede was ontstoken. Nu voelden ze zich waarschijnlijk veel ongemakkelijker. Het leek voor hen of Hetty de dagelijkse sleur weer oppakte. De mededeling dat ze ging Sonja Bakkeren met daarbij het boek in de hand ‘Bereik én behoud je ideale gewicht!” leverde angstige blikken op in de ogen van het manvolk, dat het liefst een berg voedsel op het bord stapelde en de voorkeur gaf aan een lap vlees dat over de bordrand hing. Hans durfde nog wel vriendelijk te vragen of het betekende dat zij ook op dieet werden gezet. “Nee hoor!” antwoordde ze luchtig “Dit is mijn ding”. Ik doe het voor mezelf!” Een zucht van opluchting ontsnapte uit vier kelen. “Gered uit de klauwen van Sonja Bakker!” fluisterde Joost. Het leverde hem een venijnige trap tegen de schenen aan van zijn broer aan de overkant, die hem toebeet: “Kop houden Joost. Straks bedenkt ze zich nog!” “Oh ja, en ik ga ook Nordic Walken!” deelde ze mee, terwijl ze de kamer verliet. Zodra de deur achter haar dicht gevallen was rolden de mannen gierend en proestend over elkaar heen. “Sonja Bakkeren en Nordic Walken!” gierde Hans met betraande ogen. “Gekker moet ze niet worden” vulde Joost aan terwijl hij een Nordic Walker persifleerde.

De loopstokken smeet Hetty dagelijks in de auto en reed naar een gebied waar ze geen bekenden of familie kon verwachten. De wandelattributen waren haar legitimatie om te gaan sporten en maakten het vanzelfsprekend dat ze ook sportkleding had gekocht. De loopschoenen bleven altijd in de kofferbak en werden pas op de plaats van bestemming aangetrokken. Het hardlopen viel haar in het begin erg tegen. Het in haar hoofd rond galmende ‘jij met jouw levensstijl, jouw lijf maakte dat ze doorzette. Vijf keer in de week, tien weken lang. Iedere week hield ze een gesprek met de spiegel. Ze had lol in haar spelletje. Sonja Bakkeren deed ze op haar eigen manier. Ze at gewoon met de pot mee, maar zorgde dat er paprika, sla en veel fruit rond haar bord lag. De mannen hadden niets in de gaten. De enige opmerking die ze gekregen had kwam van Hans. “Je lijkt wel een konijn met al dat groenvoer!” Een trap tegen zijn schenen van een van zijn zonen was het gevolg. “Maar het werkt wel ontzettend goed.” vulde hij snel verzachtend aan. Daarna ging het gesprek als altijd over de organisatie van de cityrun. Hans was gevraagd om speaker te zijn. Hij had toegezegd en Hetty feliciteerde hem met een geweldige knuffel, terwijl ze dacht: “Wat zul jij straks opkijken mannetje!”.

Al vroeg waren de mannen vertrokken om te zorgen dat alles op rolletjes liep tijdens de cityrun. Hetty had thuis het rijk alleen en bereidde zich op haar eigen manier voor op de vijf loodzware kilometers die haar te wachten stonden. De spiegel vertelde haar dat het buikje strakker was geworden, de billen minder imposant en de rillen waren afgeslonken tot aannemelijke proporties. In het fonkelnieuwe rode shirt en een bijpassende zwarte broek zag ze er strak en flitsend uit vond ze zelf. Even nog een kleurtje op de lippen en een borstel door het goudblonde haar en weg was Hetty. Ze schreef op het allerlaatste moment in, gehuld in een alles bedekkende overjas. Ze werd herkend en de door haar verwachte reactie was daar: “Nee maar Hetty. Loop jij hard?” Ze deed het af met een lach en terwijl ze haar wijsvinger naar de mond bracht en op haar lippen leggen fluisterde ze: “Geheimpje. Nog even aan niemand vertellen!”

Als laatste sloot ze aan bij de deelnemers aan de vijf kilometer. Ze hoorde haar Hans vol enthousiasme de lopers toespreken en na het startschot door een plaatselijke sportheld begon de wedstrijd. Het uitlopen zou voor haar zou een overwinning zijn op zichzelf en op die vier hautaine hardloopgoeroes bij haar thuis. Bij het overschrijden van de startstreep liep ze onder de plek waar Hans stond te speakeren door. Zo kon hij haar niet zien en ze hoopte dat die verrassing ook pas bij de finish zou komen. Het lopen viel haar mee. Ze kon goed mee komen met een aantal dames, die haar tempo onderhielden en het verbaasde haar dat ze nog niet helemaal achteraan liep. Het toverde een stralende glimlach op haar gezicht. Vanaf de kant hoorde ze allerlei aanmoedigingen en verraste kreten van buren, familie en collegas. Hetty genoot en ondanks de opkomende vermoeidheid kon ze bij de groep blijven. De wedstrijd ging over twee ronden en bij de passage dook ze weg en verschool zich achter de anderen. Hans prees hen voor de inzet en het publiek applaudisseerde geestdriftig.

De tweede ronde werd voor Hetty een ware triomftocht. Iedereen die haar herkende moedigde haar aan en collegas scandeerden zelfs ‘Hetty, Hetty, Hetty op het moment dat ze passeerde. Halverwege stond haar zoon Joost als verkeersregelaar. Ze riep hem toe: “Hardlopen kan ik ook Joost. Zelfs met mijn levensstijl!” Van verbazing liet hij de vlag, die hij in de handen had vallen en riep ontzet naar een clubgenoot: “Zag je dat? Mijn moeder doet mee met de vijf kilometer. Ik wist van niks! Hoe is het mogelijk?” De laatste bocht naar de finish werd door het groepje genomen. Alles verliep volgens het door Hetty geplande scenario. Nu kwam het sluitstuk, de triomf . Ze liet het groepje gaan, want ze wilde solo en duidelijk herkenbaar voor Hans over de finish komen. Het hart bonkte van inspanning en nervositeit. Haar hoofd had de kleur van het shirtje aangenomen, maar de lach bleef op haar gezicht.

“Ze blijven binnen komen dames en heren. Ook deze deelnemers verdienen een applaus voor hun prestatie. Daar komt nog een dame solo aangelopen. Het is iemand die op het laatst nog ingeschreven heeft. Even in de lijst kijken. Deze blonde dame met nummer 718 is………………!” De ogen rolden Hans haast uit de kassen. Hij herkende zijn vrouw, herpakte zich razendsnel en sprak verder met overslaande stem: “de dame is niemand minder dan mijn vrouw Hetty. Geeft U haar een geweldig applaus. Zij heeft het verdiend net als alle andere deelnemers. En daar komt nummer 648 binnen..!” Hans ging uiterst geroutineerd en professioneel verder, terwijl hij tegelijkertijd oogcontact zocht met zijn Hetty. Hij zag alleen haar blonde haren. De zonen waren naar de finish gerend en sloten daar hun moeder in de armen kussend en schouderklopjes gevend. De laatste lopers passeerden de meet. Hans sprong van de stellage, waarop hij stond te speakeren, af en omarmde zijn Hetty. Hij keek naar haar, voelde een brok in zijn keel opkomen en fluisterde zacht voor zichzelf en voor haar: “Je hebt ons mooi verrast. Jij bent meer dan ooit mijn kanjer!”

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Die kerels kunnen me wat

29 april 2007 (0 reacties)

Hardlopen


Marathonloper Henk van Duuren schrijft voor hardloopnieuws de column “hardlopen”.

Sinds haar man en zonen deel uitmaakten van het organisatiecomité van het plaatselijke jaarlijkse hardloopevenement was er bij Hetty thuis geen ander gespreksonderwerp. Het was hardlopen voor en na en alle in en outs betreffende de organisatie werden tot in den treuren besproken, uitge- en herkauwd. Hetty probeerde zo nu en dan haar eigen dingetjes in een gesprek naar voren te brengen. Het leverde steevast een geïrriteerde reactie op van haar man en drie zonen. Met verveeld glazige ogen luisterden ze naar haar verhaal om zo snel mogelijk, als het de aangeleerde beleefdheid het toestond, over te schakelen op het alles overschaduwende thema, de cityrun.

In een wanhopige poging om, als enige vrouw tussen al het manvolk, de aandacht te krijgen van hen opperde ze dat ze wel mee kon doen aan de cityrun. Het leverde haar wel de aandacht op, die ze zo nodig wenste, maar niet de bewondering die er volgens haar bij zou horen. “Je hebt van je leven nog niet hard gelopen en nu wil je meedoen aan de cityrun over 10 weken?” schamperde haar man. “Mam, hoe haal je het in je hoofd. Jij met jouw levensstijl, jouw lijf, hardlopen? Laat me niet lachen!” haalde haar oudste zoon uit. Het ‘zo kan ie wel weer van haar man kon het niet meer recht zetten. Gekwetst, boos en verontwaardigd stormde ze de kamer uit om zich huilend op bed te storten. Haar man trof een afgesloten slaapkamerdeur aan. Op al zijn verontschuldigende woorden reageerde ze niet. Na een poging van een goede tien minuten, om met haar in gesprek te komen, gaf hij het op met de woorden: “Ik spreek er wel met je over als ik weer thuis kom van de bestuursvergadering!” Haar schoen landde met een smak tegen de deur en met een ‘tjonge, tjonge, tjonge droop Hans af.

Na een verfrissende douche was haar boosheid enigszins gezakt. Ze liep in haar ondergoed naar de slaapkamer en bekeek zichzelf in de grote passpiegel. Ze zag een stevige veertigjarige vrouw met een buikje, dikke billen en rillen die over de broekrand puilden. Ze pakte de slaapkamerstoel, zette hem met de leuning richting de spiegel en ging er op zitten. Met de benen aan beide kanten en haar kin op de handen, die op de leuning rusten, keek ze nog eens naar haar eigen spiegelbeeld. “Dit laat ik niet over mijn kant gaan!” sprak ze hardop “Die kerels kunnen me wat. Ja, ik zie ook wel dat ik er niet als een afgetrainde hardloopster uit zie. Wat willen ze dan van me. Dat ik er bij loop als een uitmergelde bottenkast? Ze lijken wel gek” foeterde ze. “Vanavond veeg ik ze allemaal flink de kast uit en Joost zal ik extra de oren wassen. Mam, jij met jouw levensstijl, jouw lijf, hardlopen? Waar haalt hij het lef vandaan?” Daarna viel ze stil, keek langdurig in haar eigen ogen en hervatte de monoloog: “Hetty, wees eerlijk. Je sport nooit, je bent aan de mollige kant, slaat zelden een tussendoortje of traktatie af en hebt altijd afgegeven op hardlopen. Dan kun je toch ook geen begrip en enthousiasme verwachten als je met een dergelijk plan komt. Hetty, weet je wat jij doet? Je zegt niets over het voorval, zorgt dat je afvalt en doet, al word je allerlaatste, mee aan de cityrun. Maar zij zullen dat laatste niet weten. Je laat ze merken en zien dat er niet met je gespot wordt! Kom op meid, je gaat er voor!”

De excuses en verontschuldigingen van man en kinderen nam ze koel in ontvangst. Volgens haar hadden ze liever gezien dat ze in woede was ontstoken. Nu voelden ze zich waarschijnlijk veel ongemakkelijker. Het leek voor hen of Hetty de dagelijkse sleur weer oppakte. De mededeling dat ze ging Sonja Bakkeren met daarbij het boek in de hand ‘Bereik én behoud je ideale gewicht!” leverde angstige blikken op in de ogen van het manvolk, dat het liefst een berg voedsel op het bord stapelde en de voorkeur gaf aan een lap vlees dat over de bordrand hing. Hans durfde nog wel vriendelijk te vragen of het betekende dat zij ook op dieet werden gezet. “Nee hoor!” antwoordde ze luchtig “Dit is mijn ding”. Ik doe het voor mezelf!” Een zucht van opluchting ontsnapte uit vier kelen. “Gered uit de klauwen van Sonja Bakker!” fluisterde Joost. Het leverde hem een venijnige trap tegen de schenen aan van zijn broer aan de overkant, die hem toebeet: “Kop houden Joost. Straks bedenkt ze zich nog!” “Oh ja, en ik ga ook Nordic Walken!” deelde ze mee, terwijl ze de kamer verliet. Zodra de deur achter haar dicht gevallen was rolden de mannen gierend en proestend over elkaar heen. “Sonja Bakkeren en Nordic Walken!” gierde Hans met betraande ogen. “Gekker moet ze niet worden” vulde Joost aan terwijl hij een Nordic Walker persifleerde.

De loopstokken smeet Hetty dagelijks in de auto en reed naar een gebied waar ze geen bekenden of familie kon verwachten. De wandelattributen waren haar legitimatie om te gaan sporten en maakten het vanzelfsprekend dat ze ook sportkleding had gekocht. De loopschoenen bleven altijd in de kofferbak en werden pas op de plaats van bestemming aangetrokken. Het hardlopen viel haar in het begin erg tegen. Het in haar hoofd rond galmende ‘jij met jouw levensstijl, jouw lijf maakte dat ze doorzette. Vijf keer in de week, tien weken lang. Iedere week hield ze een gesprek met de spiegel. Ze had lol in haar spelletje. Sonja Bakkeren deed ze op haar eigen manier. Ze at gewoon met de pot mee, maar zorgde dat er paprika, sla en veel fruit rond haar bord lag. De mannen hadden niets in de gaten. De enige opmerking die ze gekregen had kwam van Hans. “Je lijkt wel een konijn met al dat groenvoer!” Een trap tegen zijn schenen van een van zijn zonen was het gevolg. “Maar het werkt wel ontzettend goed.” vulde hij snel verzachtend aan. Daarna ging het gesprek als altijd over de organisatie van de cityrun. Hans was gevraagd om speaker te zijn. Hij had toegezegd en Hetty feliciteerde hem met een geweldige knuffel, terwijl ze dacht: “Wat zul jij straks opkijken mannetje!”.

Al vroeg waren de mannen vertrokken om te zorgen dat alles op rolletjes liep tijdens de cityrun. Hetty had thuis het rijk alleen en bereidde zich op haar eigen manier voor op de vijf loodzware kilometers die haar te wachten stonden. De spiegel vertelde haar dat het buikje strakker was geworden, de billen minder imposant en de rillen waren afgeslonken tot aannemelijke proporties. In het fonkelnieuwe rode shirt en een bijpassende zwarte broek zag ze er strak en flitsend uit vond ze zelf. Even nog een kleurtje op de lippen en een borstel door het goudblonde haar en weg was Hetty. Ze schreef op het allerlaatste moment in, gehuld in een alles bedekkende overjas. Ze werd herkend en de door haar verwachte reactie was daar: “Nee maar Hetty. Loop jij hard?” Ze deed het af met een lach en terwijl ze haar wijsvinger naar de mond bracht en op haar lippen leggen fluisterde ze: “Geheimpje. Nog even aan niemand vertellen!”

Als laatste sloot ze aan bij de deelnemers aan de vijf kilometer. Ze hoorde haar Hans vol enthousiasme de lopers toespreken en na het startschot door een plaatselijke sportheld begon de wedstrijd. Het uitlopen zou voor haar zou een overwinning zijn op zichzelf en op die vier hautaine hardloopgoeroes bij haar thuis. Bij het overschrijden van de startstreep liep ze onder de plek waar Hans stond te speakeren door. Zo kon hij haar niet zien en ze hoopte dat die verrassing ook pas bij de finish zou komen. Het lopen viel haar mee. Ze kon goed mee komen met een aantal dames, die haar tempo onderhielden en het verbaasde haar dat ze nog niet helemaal achteraan liep. Het toverde een stralende glimlach op haar gezicht. Vanaf de kant hoorde ze allerlei aanmoedigingen en verraste kreten van buren, familie en collegas. Hetty genoot en ondanks de opkomende vermoeidheid kon ze bij de groep blijven. De wedstrijd ging over twee ronden en bij de passage dook ze weg en verschool zich achter de anderen. Hans prees hen voor de inzet en het publiek applaudisseerde geestdriftig.

De tweede ronde werd voor Hetty een ware triomftocht. Iedereen die haar herkende moedigde haar aan en collegas scandeerden zelfs ‘Hetty, Hetty, Hetty op het moment dat ze passeerde. Halverwege stond haar zoon Joost als verkeersregelaar. Ze riep hem toe: “Hardlopen kan ik ook Joost. Zelfs met mijn levensstijl!” Van verbazing liet hij de vlag, die hij in de handen had vallen en riep ontzet naar een clubgenoot: “Zag je dat? Mijn moeder doet mee met de vijf kilometer. Ik wist van niks! Hoe is het mogelijk?” De laatste bocht naar de finish werd door het groepje genomen. Alles verliep volgens het door Hetty geplande scenario. Nu kwam het sluitstuk, de triomf . Ze liet het groepje gaan, want ze wilde solo en duidelijk herkenbaar voor Hans over de finish komen. Het hart bonkte van inspanning en nervositeit. Haar hoofd had de kleur van het shirtje aangenomen, maar de lach bleef op haar gezicht.

“Ze blijven binnen komen dames en heren. Ook deze deelnemers verdienen een applaus voor hun prestatie. Daar komt nog een dame solo aangelopen. Het is iemand die op het laatst nog ingeschreven heeft. Even in de lijst kijken. Deze blonde dame met nummer 718 is………………!” De ogen rolden Hans haast uit de kassen. Hij herkende zijn vrouw, herpakte zich razendsnel en sprak verder met overslaande stem: “de dame is niemand minder dan mijn vrouw Hetty. Geeft U haar een geweldig applaus. Zij heeft het verdiend net als alle andere deelnemers. En daar komt nummer 648 binnen..!” Hans ging uiterst geroutineerd en professioneel verder, terwijl hij tegelijkertijd oogcontact zocht met zijn Hetty. Hij zag alleen haar blonde haren. De zonen waren naar de finish gerend en sloten daar hun moeder in de armen kussend en schouderklopjes gevend. De laatste lopers passeerden de meet. Hans sprong van de stellage, waarop hij stond te speakeren, af en omarmde zijn Hetty. Hij keek naar haar, voelde een brok in zijn keel opkomen en fluisterde zacht voor zichzelf en voor haar: “Je hebt ons mooi verrast. Jij bent meer dan ooit mijn kanjer!”

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *