Ad
< terug

Doen en laten.

Het doet er niet toe maar veel mensen doen het. Hardlopen dus. Op een dag doe je wat je nu al jaren doet en die eerste dag is vaak niet meer op te graven uit je geheugen. Jarenlang doe je wat je doet, van schoorvoetend beginnen via training naar beter om na heel veel lopen je persoonlijke top te naderen. Prestatief begint na verloop van tijd de terugweg, die korter zou moeten zijn, maar in de praktijk vaak veel langer is dan de heenweg. Dat komt doordat de logica van hardlopen in de literatuur veel groter is dan in werkelijkheid. Je persoonlijke topprestatie is ook minder groot dan je talent toelaat omdat je altijd wel een dingetje over het hoofd ziet en tenslotte is er het noodlot nog. De nieuwe column van Jitze Weber

1 augustus 2014 (0 reacties)

Overpeinzingen

Door Jitze Weber

 

Het doet er niet toe maar veel mensen doen het. Hardlopen dus. Op een dag doe je wat je nu al jaren doet en die eerste dag is vaak niet meer op te graven uit je geheugen. Jarenlang doe je wat je doet, van schoorvoetend beginnen via training naar beter om na heel veel lopen je persoonlijke top te naderen. Prestatief begint na verloop van tijd de terugweg, die korter zou moeten zijn, maar in de praktijk vaak veel langer is dan de heenweg. Dat komt doordat de logica van hardlopen in de literatuur veel groter is dan in werkelijkheid. Je persoonlijke topprestatie is ook minder groot dan je talent toelaat omdat je altijd wel een dingetje over het hoofd ziet en tenslotte is er het noodlot nog. Daarnaast is er nog het trainingsdoel. Voor een topsporter zijn trainingsdoel en het doel van de training nagenoeg hetzelfde. Voor alle anderen minder of niet. Ze lopen in dezelfde wedstrijd, maar weten dat ze normaal gesproken noch de eerste noch de laatste zullen zijn. Deze overgrote meerderheid houdt zichzelf gaande door trainingsdoel en doel van de training in meerdere of mindere mate als aparte grootheden te beschouwen. Het lijkt om keuzes te gaan, maar noodzaak en noodlot kunnen elkaar tot in het absurde naderen.

 

Eerst eens een analyse van de persoonlijke topprestatie, sportief gezien. Dat laatste moet er wel bij vermeld worden. Veel hardlopers herkennen zich immers meer in de prestaties die voortkomen uit de topvorm zoals Dolf Jansen die vorig jaar in zijn conference "Topvorm" formuleerde. De persoonlijke topprestatie komt voort uit wat onder optimale omstandigheden de sportieve uitkomst had kunnen zijn minus de negatieve impact van wat de sporter al dan niet bewust laat liggen om tot resultaat te komen. Onderschat dat laatste niet, dat kan heel veel zijn. We kennen onze rijtjes wel : talent, training, rust en dat alles goed gemixt binnen het leven naast de sport. Op een bepaald moment in je ontwikkeling als hardloper, weet je wel waar je zo ongeveer op uit zult komen. Dat je talenten niet allesbepalend zijn, dat je niet tot alles bereid bent, dat de zwakheden in je eetpatroon ook prettige bijverschijnselen hebben en dat het ideale trainingsschema je niet het hele jaar de vreugde verschaft die je in het lopen zocht. Compromissen doen hun intrede en daarmee ook het inleveren op sportief resultaat.

 

Dat heel veel hardlopers er na het bereiken van hun persoonlijke records mee stoppen, is jammer. Menselijk is het wel. Je doet je best, investeert tijd en moeite en na acht marathons loop je eindelijk 3.32. Je wilt onder de 3.30 en gaat meer trainen, ondanks dat minder in jouw geval misschien wel meer rendement oplevert. Maar helaas, het kapitalistische denken heeft je loopziel aangetast en hardnekkig blijf je geloven dat meer altijd beter is. Vervolgens pers je er 3.36 uit na meer en harder trainen. Je wordt enigszins moedeloos en na nog een paar mislukte pogingen blijkt minder trainen ook niet meer te werken. De demotivatie zakt langzaam in de benen en voor je het weet gaat je trainingsomvang richting achterhoedeniveau en is de vreugde van bewegen omgezet in stress. Dan maar helemaal stoppen en uitbuiken op feestjes om te horen dat het toch allemaal niet uitmaakt. Het mag, maar ik zou het niet doen.

 

Je kunt dat uitstappen op veel manieren voorkomen. De eerste manier is natuurlijk door het lopen leuk te houden op de manier zoals het in de boekjes en de blaadjes staat. Variatie, groepje zoeken en meer van die overbekende oplossingen. Belangrijker is het om te beseffen dat intrinsieke motivatie gefundeerd moet worden. Net als in het nietloopleven hebben degenen die altijd en overal aan het woord zijn niet altijd gelijk. Waarom gaat de tijd sneller als je ouder wordt? Precies, omdat je langzamer loopt en je de boel niet meer goed bijhoudt. Douwe Draaisma zal het allemaal wel prima weten, maar talking heads zijn geen running heads. Het hoeft niet zo veel te zijn, het hoeft niet zo hard te gaan, maar stoppen? Als verval of noodlot je uiteindelijk dwingen te stoppen, kan het altijd nog, moet het soms, maar voor goed onderhoud van je intrinsieke motivatie ben je wel degelijk zelf verantwoordelijk. 

 

Dat niet stoppen, ondanks afnemend sportief succes, veel oplevert kan iedereen weten. "Rust roest" geldt ook voor avondrust. Hoeveel blessures je onderweg ook oploopt, meestal is het argument om te stoppen met hardlopen iets anders, zelfs als er een blessureverhaal bij wordt verteld. 

 

Dan is er nog het noodlot. Of het je treft kun je met hardlopen ogenschijnlijk niet beïnvloeden. Of je er mee om kunt gaan wel. Hardlopen kan het lijden niet verzachten, maar wel de mate waarin je met lijden om kunt gaan. Het verlaagt de pijngrens en helaas is het zo dat je die overal en altijd op een onverwacht moment kunt tegenkomen. Als je nog kunt, loop dan door, ook als niemand meer begrijpt wat je aan het doen bent, just do it.

 

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *