Ad
< terug

Satéstokjes.

Toen mijn vader in de kracht van zijn leven was, bouwde hij scheepjes in flessen. Met een sigaar in zijn mond was hij heel geconcentreerd bezig op weg naar het grote moment. Dat grote moment was het in de fles schuiven van een houtjetouwtjeromp met daarop de driemaster. Het schip was ingenieus opgevouwen tot een afgeplat hoopje van gelakt papier en naaigaren. Een hele kunst. De masten gingen pas omhoog als het touwtje, dat uitstak aan de voorkant van de boegspriet, werd aangetrokken nadat het ogenschijnlijke rommeltje door de hals van de fles was geprutst. De nieuwe column van Jitze Weber

29 januari 2015 (0 reacties)

Overpeinzingen

Toen mijn vader in de kracht van zijn leven was, bouwde hij scheepjes in flessen. Met een sigaar in zijn mond was hij heel geconcentreerd bezig op weg naar het grote moment. Dat grote moment was het in de fles schuiven van een houtjetouwtjeromp met daarop de driemaster. Het schip was ingenieus opgevouwen tot een afgeplat hoopje van gelakt papier en naaigaren. Een hele kunst. De masten gingen pas omhoog als het touwtje, dat uitstak aan de voorkant van de boegspriet, werd aangetrokken nadat het ogenschijnlijke rommeltje door de hals van de fles was geprutst. De masten van zijn schoeners waren gemaakt van satéstokjes. Afgekloven tijdens het kijken naar de Onedinline. Vroeger was het tijdverdrijf voor ronddrijvende scheepslieden die zich in rustig vaarwater verveelden. Wie in verre havens de kade op ging, kon snel door de zuur verdiende dukaten heen raken. Drank en vrouwen lonkten. Sommige dingen zijn van alle tijden.

 

Tweeënveertig jaren verder duiken de satéstokjes op in de hardloopverhalen. Ga staan, nu even niet omda j veur Twente bit. Druk een denkbeeldig satéstokje van kop tot staart door je lijf, laat je lichaam naar voren vallen, beweeg daarbij je benen dusdanig mee zodat je niet voorover valt en je loopt als vanzelf. Chi-running. Leuk mokkeltje erbij, boekje, lollig groepje en je kunt weer verder met je loopleven. De tweede sport van Nederland krijgt talloze culturele uitlopers. Satéstokjes worden te pas en te onpas voor de dag gehaald en voor wie liever gewoon saté eet na het hardlopen is eigenlijk geen plaats meer. Hardlopers zijn rencellen geworden die af en toe samenklonteren tijdens evenementen. De rituelen zijn niet veranderd, de trainingsinhoud wel, met de nadruk op de inhoud. De inhoud zit in de verdrukking. Inhoud hoort niet. Inhoud zegt wel iets terug als je er als hardloper niets mee doet. Dan komt hij bij het dertigkilometerpunt uit de lopersfles en wie dan nog doorloopt komt als een diederikjekelachtig jankertje over de finish. Toch een marathon gelopen. Dankzij deskundige begeleiding vanuit de wetenschap na vier maanden trainen in 5.15 over de streep. Hoera hoera, die gaat het eeuwige loopleven van de Nijboergeneratie zeker mislopen. Dan toch maar liever chirunnen, de aflaat voor een gebrek aan prestatiedrive.

 

Ik zal me niet verlagen tot het opnieuw opnoemen van alle rare takken aan de hardloopboom, maar de boom zou ervan opknappen als hij eens stevig gesnoeid werd. De resten verwerken ze met liefde in de fitnessbranche. Fitness is in Nederland de grootste sport en ze zijn er dol op nieuwtjes. Wie zich hardloper noemt, zou er ook echt iets voor moeten kunnen. De anderen moeten hun plaats eerst maar weer veroveren. Als het niet lukt, kun je gewoon plaatsnemen op de satéprikker en doorschuiven naar andere beweegsessies. Bewegen moet, sporten kan en stilzitten is geen optie. Laten we hardlopers weer hard laten lopen en laten we voor de plusvierlopers iets anders verzinnen. Competitie vraagt om een minimum aan kwaliteit van de prestatie. Het kan de wedstrijden weer spannend maken dat de aandacht niet wordt afgeleid richting chigewiebel , goededoelenclowns of aandachtsgeile dikkerdjes. Normen en waarden kun je zoeken in het genieten van limieten. Loop onder de vier uur, zo niet, train tot je het kan, lukt dat niet, laat je helpen en kun je het dan nog niet, word dan wetenschapper of laat je schragen met het snoeihout van de hardloopboom. In dit opzicht is het voetbal verder. Daar weten ze wanneer het om een oefenpotje gaat en wanneer niet. Het is helemaal niet erg geen rol meer te spelen bij de Tour, de Europacup of bij de Olympische marathon. Het is gewoon terecht als je verliest of wint. Bij verlies lang niet altijd minder leuk om naar te kijken.

 

In het bos waarin ik wekelijks loop, staan weinig oude bomen. Satéstokjes van de natuur, dieren en lopers doen het er maar mee. Omdat die grove dennen zo dicht op elkaar staan, waaien ze niet om voor ze na een jaar of vijftien worden gerooid. "Wie is van hout?" is misschien niet helemaal de goede vraag. Vijftien jaar is mij te kort voor bomen. Al dat gepopulariseer zonder inhoud richt niet alleen de loopsport ten gronde. Zijn we schepen zonder bestemming? Natuurlijk niet, zolang we de inhoud maar niet uit het oog verliezen. In elke lege fles heeft ooit een drankje gezeten. Inleveren kan altijd nog.

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *