Ad
< terug

Engelse Mijl

21 januari 2014 (0 reacties)

Loopletters: De E van Engelse Mijl


© Jan Schellekens

Edelachtbare heer Boudewijn,

Als we in de loopgroep naast elkaar lopen en jij eenmaal op je praatstoel zit, waan ik me soms in de Peripathetische school. Een informeel groepje mannen van uiteenlopende leeftijd, dat zich dagelijks rond een vast tijdstip verzamelde in de schaduw van een Atheense zuilengalerij. Middelpunt van het gezelschap was de Griekse filosoof Aristoteles, die al wandelend met zijn leerlingen converseerde over de meest uiteenlopende filosofische kwesties. Grappig eigenlijk dat wandelen of hardlopen het denken kennelijk stimuleert. In eerste instantie zijn we immers geneigd om nadenken vooral te associëren met zitten.
Gisteravond gaf je tijdens onze duurloop college over “meten”. De aanleiding was dat naast de 10 Engelse Mijl nu ook de 4 Engelse Mijl aan populariteit lijkt te winnen. In elk geval in Groningen, Zwolle of bij de Dam tot Damloop.
De opmars van deze archaïsche lengtemaat waarvan onder andere de Verenigde Staten en Groot-Brittannië nooit afscheid hebben willen nemen, doet jou als liefhebber van mooie, ronde getallen bijkans schuimbekken. Van oorsprong verwijst het woord “mijl” naar duizend (“mille”) dubbele passen van een Romeinse soldaat, ongeveer 1470 à 1490 meter. Toch heeft men het voor elkaar gekregen daar een lengtemaat van 1609,344 meter van te maken. Tot jouw genoegen is bij baanwedstrijden deze “onzin” teruggedraaid en lopen de atleten al lang weer de metrische 1500m. “Nu de weg nog!”, klonk het gisteren strijdvaardig uit jouw mond.

Voordat je je pijlen zou gaan richten op de marathonafstand, wist ik ons gesprek te brengen op de psychologische aspecten van het meten in mijlen. Uiteraard had jij ook daar zo je ideeën over. “Neem zon 4 Engelse Mijl. Dat is dus 6,437 kilometer. Tempo, snelheid en feitelijke afstand zijn voor de gemiddelde prestatieloper lastig uit te rekenen. Daardoor verdwijnen ze als vanzelf naar de achtergrond. Zo komt het accent automatisch te liggen op het feit dat de deelnemer de loop tot een goed einde heeft gebracht. Dat de afstand niet zomaar in alledaagse kilometers wordt uitgedrukt maar in mijlen, verleent zijn prestatie een certificaat van echtheid. Welkom in de wereld van het hardlopen! De wereld waarin wij nog in echte, ouderwetse mijlen rekenen.”

“Of we nu in mijlen of kilometers rekenen, Boudewijn, het moet jou toch aanspreken dat de organisatie van een prestatieloop in elk geval een mooie, ronde afstand kiest?” Maar eigenlijk wist ik al wat je zou gaan zeggen: “Die afstand staat wel op het affiche, maar hoe is die gemeten? Heeft de organisatie zich aan de voorschriften gehouden en geijkte apparatuur gebruikt? En hoe realistisch is de inschatting van de looplijn die een deelnemer op het parcours zal kiezen?”

Voor de apotheose van je college, wachtte je gisteren tot iedereen in een kring stond voor de cooling down. “Jullie weten dat je met een tempo van vijf minuten per kilometer precies twaalf kilometer per uur loopt. En met zes minuten per kilometer bedraagt je snelheid tien kilometer per uur.” Je pauzeerde even. “Hoe komt het dan dat je met een tempo van vijfeneenhalve minuut per kilometer niet precies elf kilometer per uur loopt?”. De groep zweeg. Zo te zien deden enkele lopers nog een poging tot hoofdrekenen, maar de rest had er niet meer zon zin in. Moe van de training. Uitgeteld.

Met eeuwig-lerende lopersgroet,
Eric

De auteur publiceert ook een eigen weblog: Klik hier om “Lopen op de weg” te bezoeken

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Engelse Mijl

14 april 2007 (0 reacties)

Loopletters: De E van Engelse Mijl


© Jan Schellekens

Edelachtbare heer Boudewijn,

Als we in de loopgroep naast elkaar lopen en jij eenmaal op je praatstoel zit, waan ik me soms in de Peripathetische school. Een informeel groepje mannen van uiteenlopende leeftijd, dat zich dagelijks rond een vast tijdstip verzamelde in de schaduw van een Atheense zuilengalerij. Middelpunt van het gezelschap was de Griekse filosoof Aristoteles, die al wandelend met zijn leerlingen converseerde over de meest uiteenlopende filosofische kwesties. Grappig eigenlijk dat wandelen of hardlopen het denken kennelijk stimuleert. In eerste instantie zijn we immers geneigd om nadenken vooral te associëren met zitten.
Gisteravond gaf je tijdens onze duurloop college over “meten”. De aanleiding was dat naast de 10 Engelse Mijl nu ook de 4 Engelse Mijl aan populariteit lijkt te winnen. In elk geval in Groningen, Zwolle of bij de Dam tot Damloop.
De opmars van deze archaïsche lengtemaat waarvan onder andere de Verenigde Staten en Groot-Brittannië nooit afscheid hebben willen nemen, doet jou als liefhebber van mooie, ronde getallen bijkans schuimbekken. Van oorsprong verwijst het woord “mijl” naar duizend (“mille”) dubbele passen van een Romeinse soldaat, ongeveer 1470 à 1490 meter. Toch heeft men het voor elkaar gekregen daar een lengtemaat van 1609,344 meter van te maken. Tot jouw genoegen is bij baanwedstrijden deze “onzin” teruggedraaid en lopen de atleten al lang weer de metrische 1500m. “Nu de weg nog!”, klonk het gisteren strijdvaardig uit jouw mond.

Voordat je je pijlen zou gaan richten op de marathonafstand, wist ik ons gesprek te brengen op de psychologische aspecten van het meten in mijlen. Uiteraard had jij ook daar zo je ideeën over. “Neem zon 4 Engelse Mijl. Dat is dus 6,437 kilometer. Tempo, snelheid en feitelijke afstand zijn voor de gemiddelde prestatieloper lastig uit te rekenen. Daardoor verdwijnen ze als vanzelf naar de achtergrond. Zo komt het accent automatisch te liggen op het feit dat de deelnemer de loop tot een goed einde heeft gebracht. Dat de afstand niet zomaar in alledaagse kilometers wordt uitgedrukt maar in mijlen, verleent zijn prestatie een certificaat van echtheid. Welkom in de wereld van het hardlopen! De wereld waarin wij nog in echte, ouderwetse mijlen rekenen.”

“Of we nu in mijlen of kilometers rekenen, Boudewijn, het moet jou toch aanspreken dat de organisatie van een prestatieloop in elk geval een mooie, ronde afstand kiest?” Maar eigenlijk wist ik al wat je zou gaan zeggen: “Die afstand staat wel op het affiche, maar hoe is die gemeten? Heeft de organisatie zich aan de voorschriften gehouden en geijkte apparatuur gebruikt? En hoe realistisch is de inschatting van de looplijn die een deelnemer op het parcours zal kiezen?”

Voor de apotheose van je college, wachtte je gisteren tot iedereen in een kring stond voor de cooling down. “Jullie weten dat je met een tempo van vijf minuten per kilometer precies twaalf kilometer per uur loopt. En met zes minuten per kilometer bedraagt je snelheid tien kilometer per uur.” Je pauzeerde even. “Hoe komt het dan dat je met een tempo van vijfeneenhalve minuut per kilometer niet precies elf kilometer per uur loopt?”. De groep zweeg. Zo te zien deden enkele lopers nog een poging tot hoofdrekenen, maar de rest had er niet meer zon zin in. Moe van de training. Uitgeteld.

Met eeuwig-lerende lopersgroet,
Eric

De auteur publiceert ook een eigen weblog: Klik hier om “Lopen op de weg” te bezoeken

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *