Ad
< terug

Keuls dom

Het “Pap, ga je deze keer ook weer mee!” was voldoende om ja te zeggen op de uitnodiging van mijn zoon. Voor de derde keer samen een marathon lopen en dit keer in Keulen. Lekker ontspannen met de bus er naar toe en half weggezakt tegen het raam, net niet duttend, maar zwevend tussen droomwereld en werkelijkheid ving ik flarden op van de gesprekken die de jeugdigen hielden. “Als ik rond de 1.25 doorkom op de halve zit er een dik persoonlijk record in. Twee uur en eenenvijftig minuten is een reële optie” redeneerde een schraalhans van om en nabij de 1 meter negentig.

21 januari 2014 (0 reacties)

Column: Hardlopen

Henk van Duuren

Het “Pap, ga je deze keer ook weer mee!” was voldoende om ja te zeggen op de uitnodiging van mijn zoon. Voor de derde keer samen een marathon lopen en dit keer in Keulen. Lekker ontspannen met de bus er naar toe en half weggezakt tegen het raam, net niet duttend, maar zwevend tussen droomwereld en werkelijkheid ving ik flarden op van de gesprekken die de jeugdigen hielden. “Als ik rond de 1.25 doorkom op de halve zit er een dik persoonlijk record in. Twee uur en eenenvijftig minuten is een reële optie” redeneerde een schraalhans van om en nabij de 1 meter negentig. “Moet je niets tegenzitten, want je zit dan bijna op 15 kilometer per uur. Val je terug tot net boven de 14, dan mag je blij zijn met een tijd net binnen de drie uur” was de repliek van een drie turven hoog meisje. “Het ligt ook aan het weer en hoe geaccidenteerd het terrein is. Het lijkt ook warm te worden. Kan je zo een paar minuten schelen.”

Mijn hersenen knoopten de teksten en de interne beelden niet meer aan elkaar. Ik hoorde wel, maar luisterde niet. Beelden van een gracieus, soepel en gemakkelijk lopende ik werden vertoond op mijn interne projectiescherm. Het orkest van André Rieu zorgde voor bijpassende muziek en even later walste ik in een roze tutu over het Maastrichtse Vrijthof. Applaus was er voor Rieu en ik dacht voor mij. Ik keek op en kreeg nog net mee dat er geklapt werd voor de chauffeur, omdat hij bekend maakte die dag ook mee te trainen met het elitaire gezelschap hardlopers.

Dat inlopen met het doortrainde groepje marathonhelden viel mij zwaar tegen en op het moment dat de chauffeur me met het grootste gemak voorbij kwam, begon ik aan mijn voorbereiding op de marathon, mijn conditionele gesteldheid en ook aan mijn geestelijke vermogens te twijfelen. “Welke gek van boven de 55 begint nog aan het lopen van een marathon!” mopperde ik hardop. Niemand luisterde mee, want ik liep op grote afstand van de groep. Ik moest nog flink vaart maken om ze niet uit het oog te verliezen. Zoals altijd lette ik niet goed op de route als ik met een groepje mee loop en verdwalen in Keulen was niet in het programma opgenomen.

Tijdens het diner klapperden mijn oren van alle verwachtingen die ze hadden van hun marathon. “Na die lus op 18 kilometer volgt een stuk vals plat. Ik denk daar met een iets kortere pas te gaan lopen, want je hebt daar waarschijnlijk ook de wind tegen.” opperde een jongeman. “Dat stukje door het centrum,” en er werd gewezen op een sterk beduimeld plattegrondje “ja daar, zo rond de 40 kilometer is een kuitenbreker. Daar moet je mentaal wel op voorbereid zijn. Het kan je zo maar breken!” wist een rossige dame te vertellen. Ik hoorde alles zo aan en wendde me tot een meer bij mijn leeftijd passend personage. Met een “Nog iets leuks gezien vandaag?” probeerde ik iets over Keulens toeristische attracties te weten te komen. “Ja zeker, de Dom, een prachtig gebouw. Tijdens de marathon passeren jullie die van diverse kanten. Daar mag je wel goed op de weg letten. Allemaal gaten in de weg en veel rails. Als je even niet oplet zwik je zo weg en dan is het gedaan met de marathon!” Ik gaf het op om te proberen over iets anders dan de marathon te praten, nam een slokje van mijn glaasje fris, zuchtte een paar keer heel diep en vroeg me wederom af wat ik in hemelsnaam in Keulen te zoeken had.

Zestien graden en lichte regen waren verwacht; vijfentwintig graden en een warme wind bleken werkelijkheid. Vanaf de start tot aan de finish werd het een ware survivaltocht. Aan hardlopen kwam ik niet toe, het lijf voelde even oud aan als de Keulse Dom en de inspanning trok diepe gleuven in mijn gezicht. Aan alle kanten fladderden me mensen voorbij met een gemak zoals je zelden ziet of zoals ik zelden zag. Ik voelde me toegetreden tot een andere groep lopers, niet nieuw, maar waar ik nooit tussen vertoefd had. Ondanks hun vermoeidheid keken ze blij en onder de zichtbare inspanning zag ik een trotse lach en lichtjes in de ogen. Gelukkig kon ik een als Spiderman geschminkte man nog passeren en ook de rennende Berliner bol liet ik achter me.

De finish bracht verlossing en ik zeeg neer naast een op het warme asfalt zittende jongedame. Ze gaf me een flesje drinken en lachte me toe, zoals een kleinkind dat naar haar opa doet. “Dass haben Sie gut gemacht!” zei ze bemoedigend en kletste me vervolgens de oren van het hoofd over háár marathon. Het enige wat ik hoefde te doen was instemmend te knikken als ze weer een bochtje, een stukje van het parcours, haar gevecht met de wind of het stijgingspercentage van een talud beschreef. Ik probeerde op te staan. Stramheid in mijn benen belette het. Het jonge ding sprong kwiek op, gaf me een hand en hielp me overeind. Met een vriendelijke lach nam ze mijn “Danke!” in ontvangst, zei “Schuss!” en dartelde verder alsof ze nog aan de marathon moest beginnen.

De bus bracht ons terug naar het hotel en met zijn allen gingen we eten in een restaurant, recht tegenover de grootse Keulse attractie. Weer luisterde ik naar de verhalen van de lopers. Een beschrijving van elk deel van het parcours, hoe ze zich voelden, welke tijd ze op iedere kilometer gelopen hadden en verdere wetenswaardigheden werden uitgewisseld, alsof ze het vanaf een scherm lazen. Ik herinnerde me amper iets, ja Spiderman, de Berliner bol en …………….? Niet alleen het lichaam liet het afweten, ook het korte geheugen liet me in de steek. Ik keek naar buiten, waar het grote gebouw volop in de schijnwerpers stond en voelde me oeroud en dom. “Keuls dom!” lispelde ik, de spot met mezelf drijvend en danste in mijn roze tutu op het grote plein voor de Keulse Dom. Het Duitse meisje riep me iets toe. André Rieu keek trots naar me en schudde zijn manen; het orkest stond op en schaterlachte om mijn kolderieke optreden. “Alles goed met je pa?” vroeg mijn bezorgd kijkende zoon. “Je bent in slaap gevallen. Je zei in het Duits.” Ik keek naar de lachende gezichten om me heen en hun pretoogjes. Ik nipte beschaamd aan mijn koud geworden bakje koffie en glimlachte besmuikt toen mijn zoon een teken gaf en ze in koor riepen: “Dass haben Sie gut gemacht!”

Henk van Duuren

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Keuls dom

Het “Pap, ga je deze keer ook weer mee!” was voldoende om ja te zeggen op de uitnodiging van mijn zoon. Voor de derde keer samen een marathon lopen en dit keer in Keulen. Lekker ontspannen met de bus er naar toe en half weggezakt tegen het raam, net niet duttend, maar zwevend tussen droomwereld en werkelijkheid ving ik flarden op van de gesprekken die de jeugdigen hielden. “Als ik rond de 1.25 doorkom op de halve zit er een dik persoonlijk record in. Twee uur en eenenvijftig minuten is een reële optie” redeneerde een schraalhans van om en nabij de 1 meter negentig.

20 oktober 2010 (0 reacties)

Column: Hardlopen

Henk van Duuren

Het “Pap, ga je deze keer ook weer mee!” was voldoende om ja te zeggen op de uitnodiging van mijn zoon. Voor de derde keer samen een marathon lopen en dit keer in Keulen. Lekker ontspannen met de bus er naar toe en half weggezakt tegen het raam, net niet duttend, maar zwevend tussen droomwereld en werkelijkheid ving ik flarden op van de gesprekken die de jeugdigen hielden. “Als ik rond de 1.25 doorkom op de halve zit er een dik persoonlijk record in. Twee uur en eenenvijftig minuten is een reële optie” redeneerde een schraalhans van om en nabij de 1 meter negentig. “Moet je niets tegenzitten, want je zit dan bijna op 15 kilometer per uur. Val je terug tot net boven de 14, dan mag je blij zijn met een tijd net binnen de drie uur” was de repliek van een drie turven hoog meisje. “Het ligt ook aan het weer en hoe geaccidenteerd het terrein is. Het lijkt ook warm te worden. Kan je zo een paar minuten schelen.”

Mijn hersenen knoopten de teksten en de interne beelden niet meer aan elkaar. Ik hoorde wel, maar luisterde niet. Beelden van een gracieus, soepel en gemakkelijk lopende ik werden vertoond op mijn interne projectiescherm. Het orkest van André Rieu zorgde voor bijpassende muziek en even later walste ik in een roze tutu over het Maastrichtse Vrijthof. Applaus was er voor Rieu en ik dacht voor mij. Ik keek op en kreeg nog net mee dat er geklapt werd voor de chauffeur, omdat hij bekend maakte die dag ook mee te trainen met het elitaire gezelschap hardlopers.

Dat inlopen met het doortrainde groepje marathonhelden viel mij zwaar tegen en op het moment dat de chauffeur me met het grootste gemak voorbij kwam, begon ik aan mijn voorbereiding op de marathon, mijn conditionele gesteldheid en ook aan mijn geestelijke vermogens te twijfelen. “Welke gek van boven de 55 begint nog aan het lopen van een marathon!” mopperde ik hardop. Niemand luisterde mee, want ik liep op grote afstand van de groep. Ik moest nog flink vaart maken om ze niet uit het oog te verliezen. Zoals altijd lette ik niet goed op de route als ik met een groepje mee loop en verdwalen in Keulen was niet in het programma opgenomen.

Tijdens het diner klapperden mijn oren van alle verwachtingen die ze hadden van hun marathon. “Na die lus op 18 kilometer volgt een stuk vals plat. Ik denk daar met een iets kortere pas te gaan lopen, want je hebt daar waarschijnlijk ook de wind tegen.” opperde een jongeman. “Dat stukje door het centrum,” en er werd gewezen op een sterk beduimeld plattegrondje “ja daar, zo rond de 40 kilometer is een kuitenbreker. Daar moet je mentaal wel op voorbereid zijn. Het kan je zo maar breken!” wist een rossige dame te vertellen. Ik hoorde alles zo aan en wendde me tot een meer bij mijn leeftijd passend personage. Met een “Nog iets leuks gezien vandaag?” probeerde ik iets over Keulens toeristische attracties te weten te komen. “Ja zeker, de Dom, een prachtig gebouw. Tijdens de marathon passeren jullie die van diverse kanten. Daar mag je wel goed op de weg letten. Allemaal gaten in de weg en veel rails. Als je even niet oplet zwik je zo weg en dan is het gedaan met de marathon!” Ik gaf het op om te proberen over iets anders dan de marathon te praten, nam een slokje van mijn glaasje fris, zuchtte een paar keer heel diep en vroeg me wederom af wat ik in hemelsnaam in Keulen te zoeken had.

Zestien graden en lichte regen waren verwacht; vijfentwintig graden en een warme wind bleken werkelijkheid. Vanaf de start tot aan de finish werd het een ware survivaltocht. Aan hardlopen kwam ik niet toe, het lijf voelde even oud aan als de Keulse Dom en de inspanning trok diepe gleuven in mijn gezicht. Aan alle kanten fladderden me mensen voorbij met een gemak zoals je zelden ziet of zoals ik zelden zag. Ik voelde me toegetreden tot een andere groep lopers, niet nieuw, maar waar ik nooit tussen vertoefd had. Ondanks hun vermoeidheid keken ze blij en onder de zichtbare inspanning zag ik een trotse lach en lichtjes in de ogen. Gelukkig kon ik een als Spiderman geschminkte man nog passeren en ook de rennende Berliner bol liet ik achter me.

De finish bracht verlossing en ik zeeg neer naast een op het warme asfalt zittende jongedame. Ze gaf me een flesje drinken en lachte me toe, zoals een kleinkind dat naar haar opa doet. “Dass haben Sie gut gemacht!” zei ze bemoedigend en kletste me vervolgens de oren van het hoofd over háár marathon. Het enige wat ik hoefde te doen was instemmend te knikken als ze weer een bochtje, een stukje van het parcours, haar gevecht met de wind of het stijgingspercentage van een talud beschreef. Ik probeerde op te staan. Stramheid in mijn benen belette het. Het jonge ding sprong kwiek op, gaf me een hand en hielp me overeind. Met een vriendelijke lach nam ze mijn “Danke!” in ontvangst, zei “Schuss!” en dartelde verder alsof ze nog aan de marathon moest beginnen.

De bus bracht ons terug naar het hotel en met zijn allen gingen we eten in een restaurant, recht tegenover de grootse Keulse attractie. Weer luisterde ik naar de verhalen van de lopers. Een beschrijving van elk deel van het parcours, hoe ze zich voelden, welke tijd ze op iedere kilometer gelopen hadden en verdere wetenswaardigheden werden uitgewisseld, alsof ze het vanaf een scherm lazen. Ik herinnerde me amper iets, ja Spiderman, de Berliner bol en …………….? Niet alleen het lichaam liet het afweten, ook het korte geheugen liet me in de steek. Ik keek naar buiten, waar het grote gebouw volop in de schijnwerpers stond en voelde me oeroud en dom. “Keuls dom!” lispelde ik, de spot met mezelf drijvend en danste in mijn roze tutu op het grote plein voor de Keulse Dom. Het Duitse meisje riep me iets toe. André Rieu keek trots naar me en schudde zijn manen; het orkest stond op en schaterlachte om mijn kolderieke optreden. “Alles goed met je pa?” vroeg mijn bezorgd kijkende zoon. “Je bent in slaap gevallen. Je zei in het Duits.” Ik keek naar de lachende gezichten om me heen en hun pretoogjes. Ik nipte beschaamd aan mijn koud geworden bakje koffie en glimlachte besmuikt toen mijn zoon een teken gaf en ze in koor riepen: “Dass haben Sie gut gemacht!”

Henk van Duuren

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *