Ad
< terug

Spijbelen

Juf Anita loopt bij het uitgaan van de school direct naar de directeur. “Jan, is het goed dat ik nu weg ga. Ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn.” Jan kijkt haar schattend aan, ziet dat ze scheel kijkt van ellende en geeft zijn akkoord. “Ga maar gauw naar huis lekker op de bank liggen met een paar pijnstillers. Bel je me tijdig als het helemaal niet gaat?” De nieuwe column van Henk van Duuren.

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen

Door Henk van Duuren

Juf Anita loopt bij het uitgaan van de school direct naar de directeur. “Jan, is het goed dat ik nu weg ga. Ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn.” Jan kijkt haar schattend aan, ziet dat ze scheel kijkt van ellende en geeft zijn akkoord. “Ga maar gauw naar huis lekker op de bank liggen met een paar pijnstillers. Bel je me tijdig als het helemaal niet gaat?” Anita kijkt naar de zorgelijk kijkende schoolleider. “Morgen ben ik er weer. Je kunt op me rekenen.” voegt ze hem toe, verschuift het aanwezigheidsbordje naar uit en stapt met bonkend hoofd op haar fiets.

Het motregent een beetje. Het deert haar niet en voelt haast weldadig aan. “Hoi mam, wat ben je vroeg. Oh, ik zie het al. Hoofdpijn?” Anita knikt, laat de tas van haar schouders glijden en opent het medicijnkastje. Met de pijnstillers in de ene en een glas water in de andere hand gaat ze op de bank zitten. Ze wil de pil uit de strip drukken, ze aarzelt en legt de medicijn op de salontafel. “Wat zei die man op de sportbijeenkomst ook al weer? Je lichaam kan door inspanning positieve energie genereren en stress, spanning en opeenhoping van afvalstoffen doen verdwijnen.” Ze staat op, drinkt het glas water op en legt de strip met pijnstillers terug in het medicijnkastje. Een besluit is genomen. “Eens kijken of het klopt. Ik ga een stukje hardlopen. Baat het niet, schaadt het niet. Pillen kan ik altijd nog slikken“ mompelt ze als ze zich omkleedt. “Mam, ga je hardlopen? Je hebt toch hoofdpijn?” merkt dochterlief verwonderd op. “Heb ik ook. Vraag je papa of hij kookt? Ik ga een uurtje joggen. Kijken of dat helpt om van mijn hoofdpijn af te komen.” Ze slaat het tuinhekje achter zich dicht en jogt richting de rand van de woonwijk. Haar dochter kijkt haar na totdat ze uit het zicht is verdwenen en schudt niet begrijpend haar hoofd.

Het is buiten heerlijk koel, het motregent nog steeds in vlagen van wisselende intensiteit. Anita besluit om na een landweg een rondje bos te doen. “Als ik maar geen collega tegen kom.” bedenkt ze en heeft het gevoel te spijbelen. “Jan denkt dat ik op de bank lig met pijnstillers en in plaats daar van loop ik te joggen in de regen!” De gedachte tovert een glimlach op haar gezicht. Het bos is al aan het verkleuren en kondigt de naderende herfst aan. Halverwege het bos verandert ze van gedachte en besluit om langs het kanaal door te rennen tot de eerste brug en via de andere zijde terug te keren. Twee futen met hun jongen zijn druk in de weer en na een fikse duik komen ze boven met een visje in de bek. Een reiger vliegt verschrikt op als ze langs rent. Anita geniet er van en als even later twee volwassen knobbelzwanen, met machtige vleugelslag en zoevend geluid, laag over het kanaal scheren staat ze even stil om vol bewondering te kijken naar de feilloze landing op het water.

Ze is de drukte van de werkdag, het bedompte lokaal en angst om het werk niet af te krijgen helemaal kwijt. Kwiek draaft ze naar de brug en op de terugweg voelt de tegemoetkomende wind met de verkwikkende motregen louterend aan. “Tempo vasthouden, schouders laag, armzwaai soepel uitvoeren, flink uitademen, technisch goed lopen. Uitgebalanceerd lopen Anita.” zingt het in haar hoofd en het lopen gaat als vanzelf. Ze verhoogt het tempo tot aan de hoek van de straat en dribbelt ontspannen naar huis. Als ze bij het hekje staat wordt de voordeur al geopend. Het is haar man die, met opgetrokken wenkbrauwen en verwonderd gezicht, vraagt: ”Is er wat?” Anita lacht:”Ik heb een nieuw medicijn uitgeprobeerd, hardlopen, en.…het werkt. Mijn hoofdpijn is weg. Ik ga lekker douchen en daarna genieten van jouw kookkunst. Ruikt goed. Tot zo!” Als ze hem passeert ontvangt hij een zoen op zijn wang. “Als lopen voor jou een medicijn is, dan mag je dat vaker doen. Maar….hoe zit het met je schoolwerk?” Anita draait zich halverwege de trap om, komt naar beneden en legt liefdevol de armen om zijn nek. “Eerst eten en dan werk ik dat stapeltje wel even weg. Dit spijbelen geeft me zoveel energie! Moet ik vaker doen.” en weg is ze. “Hardlopen als medicijn, spijbelen om energie te krijgen. Ik snap er niets van. Het zal wel. Vrouwen, het zijn en blijven vreemde wezens!” foetert hij, ruikt iets branderigs en weet met een snelle actie nog net een ramp in de aardappelpan te voorkomen.

Alle personen en/of gebeurtenissen komen voort uit de fantasie van de schrijver. Alle overeenkomsten met de werkelijkheid, bestaande personen of situaties berusten op louter toeval.

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Spijbelen

Juf Anita loopt bij het uitgaan van de school direct naar de directeur. “Jan, is het goed dat ik nu weg ga. Ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn.” Jan kijkt haar schattend aan, ziet dat ze scheel kijkt van ellende en geeft zijn akkoord. “Ga maar gauw naar huis lekker op de bank liggen met een paar pijnstillers. Bel je me tijdig als het helemaal niet gaat?” De nieuwe column van Henk van Duuren.

13 januari 2010 (0 reacties)

Hardlopen

Door Henk van Duuren

Juf Anita loopt bij het uitgaan van de school direct naar de directeur. “Jan, is het goed dat ik nu weg ga. Ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn.” Jan kijkt haar schattend aan, ziet dat ze scheel kijkt van ellende en geeft zijn akkoord. “Ga maar gauw naar huis lekker op de bank liggen met een paar pijnstillers. Bel je me tijdig als het helemaal niet gaat?” Anita kijkt naar de zorgelijk kijkende schoolleider. “Morgen ben ik er weer. Je kunt op me rekenen.” voegt ze hem toe, verschuift het aanwezigheidsbordje naar uit en stapt met bonkend hoofd op haar fiets.

Het motregent een beetje. Het deert haar niet en voelt haast weldadig aan. “Hoi mam, wat ben je vroeg. Oh, ik zie het al. Hoofdpijn?” Anita knikt, laat de tas van haar schouders glijden en opent het medicijnkastje. Met de pijnstillers in de ene en een glas water in de andere hand gaat ze op de bank zitten. Ze wil de pil uit de strip drukken, ze aarzelt en legt de medicijn op de salontafel. “Wat zei die man op de sportbijeenkomst ook al weer? Je lichaam kan door inspanning positieve energie genereren en stress, spanning en opeenhoping van afvalstoffen doen verdwijnen.” Ze staat op, drinkt het glas water op en legt de strip met pijnstillers terug in het medicijnkastje. Een besluit is genomen. “Eens kijken of het klopt. Ik ga een stukje hardlopen. Baat het niet, schaadt het niet. Pillen kan ik altijd nog slikken“ mompelt ze als ze zich omkleedt. “Mam, ga je hardlopen? Je hebt toch hoofdpijn?” merkt dochterlief verwonderd op. “Heb ik ook. Vraag je papa of hij kookt? Ik ga een uurtje joggen. Kijken of dat helpt om van mijn hoofdpijn af te komen.” Ze slaat het tuinhekje achter zich dicht en jogt richting de rand van de woonwijk. Haar dochter kijkt haar na totdat ze uit het zicht is verdwenen en schudt niet begrijpend haar hoofd.

Het is buiten heerlijk koel, het motregent nog steeds in vlagen van wisselende intensiteit. Anita besluit om na een landweg een rondje bos te doen. “Als ik maar geen collega tegen kom.” bedenkt ze en heeft het gevoel te spijbelen. “Jan denkt dat ik op de bank lig met pijnstillers en in plaats daar van loop ik te joggen in de regen!” De gedachte tovert een glimlach op haar gezicht. Het bos is al aan het verkleuren en kondigt de naderende herfst aan. Halverwege het bos verandert ze van gedachte en besluit om langs het kanaal door te rennen tot de eerste brug en via de andere zijde terug te keren. Twee futen met hun jongen zijn druk in de weer en na een fikse duik komen ze boven met een visje in de bek. Een reiger vliegt verschrikt op als ze langs rent. Anita geniet er van en als even later twee volwassen knobbelzwanen, met machtige vleugelslag en zoevend geluid, laag over het kanaal scheren staat ze even stil om vol bewondering te kijken naar de feilloze landing op het water.

Ze is de drukte van de werkdag, het bedompte lokaal en angst om het werk niet af te krijgen helemaal kwijt. Kwiek draaft ze naar de brug en op de terugweg voelt de tegemoetkomende wind met de verkwikkende motregen louterend aan. “Tempo vasthouden, schouders laag, armzwaai soepel uitvoeren, flink uitademen, technisch goed lopen. Uitgebalanceerd lopen Anita.” zingt het in haar hoofd en het lopen gaat als vanzelf. Ze verhoogt het tempo tot aan de hoek van de straat en dribbelt ontspannen naar huis. Als ze bij het hekje staat wordt de voordeur al geopend. Het is haar man die, met opgetrokken wenkbrauwen en verwonderd gezicht, vraagt: ”Is er wat?” Anita lacht:”Ik heb een nieuw medicijn uitgeprobeerd, hardlopen, en.…het werkt. Mijn hoofdpijn is weg. Ik ga lekker douchen en daarna genieten van jouw kookkunst. Ruikt goed. Tot zo!” Als ze hem passeert ontvangt hij een zoen op zijn wang. “Als lopen voor jou een medicijn is, dan mag je dat vaker doen. Maar….hoe zit het met je schoolwerk?” Anita draait zich halverwege de trap om, komt naar beneden en legt liefdevol de armen om zijn nek. “Eerst eten en dan werk ik dat stapeltje wel even weg. Dit spijbelen geeft me zoveel energie! Moet ik vaker doen.” en weg is ze. “Hardlopen als medicijn, spijbelen om energie te krijgen. Ik snap er niets van. Het zal wel. Vrouwen, het zijn en blijven vreemde wezens!” foetert hij, ruikt iets branderigs en weet met een snelle actie nog net een ramp in de aardappelpan te voorkomen.

Alle personen en/of gebeurtenissen komen voort uit de fantasie van de schrijver. Alle overeenkomsten met de werkelijkheid, bestaande personen of situaties berusten op louter toeval.

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *