Ad
< terug

Tour de France Footrace: hitte doet ook illusies verdampen

Terwijl het wielerspektakel van ’s werelds grootste sportevenement in de tweede week de Pyreneeën heeft beklommen, hebben de deelnemers aan de loopversie van de Tour hun moeilijkste klimmen er na bijna drie weken lopen al weer opzitten. Mediabelangstelling is er nauwelijks voor de 25 lopers die Frankrijk te voet proberen te doorkruisen

16 juli 2015 (0 reacties)

Tour de France voor het eerst als ultraloop in etappes

Foto 2: Routekaart van de Tour de France Footrace.   Foto www.skyrun.org

Door Dik Jagersma

Terwijl het wielerspektakel van 's werelds grootste sportevenement in de tweede week de Pyreneeën heeft beklommen, hebben de deelnemers aan de loopversie van de Tour hun moeilijkste klimmen er na bijna drie weken lopen al weer opzitten. Mediabelangstelling is er nauwelijks voor de 25 lopers die Frankrijk te voet proberen te doorkruisen. De verschillen tussen beide evenementen zijn dan ook bijzonder groot. Toch is die Tour op loopschoenen interessant genoeg om er wat aandacht aan te besteden, al zou het alleen maar zijn omdat er ook vijf landgenoten aan de start zijn verschenen.

 

Een echt rondje lopen

De Footrace door Frankrijk begon een week eerder dan de wielerronde, en eindigt twee weken later. De start was op 28 juni bij de Notre Dame in Parijs, en de finish is pas op 9 augustus bij de Eiffeltoren. Het parcours bestaat uit een rondje met de klok mee. Eerst in zuidoostelijke richting, door de Morvan naar Lyon, en over de Mont Ventoux naar de Middellandse Zee. Na Agde steekt men via Carcassonne en Toulouse over naar Bordeaux, om dan tot Nantes de Atlantische kust te volgen. Daarna gaat het weer oostwaarts naar Parijs. In totaal wordt er in zes weken 2800 km afgelegd, verdeeld over 43 etappes. Gemiddeld is dat 65 km per dag, maar er zitten veel etappes van meer dan 80 km bij. Rustdagen zijn er niet, er wordt elke dag gelopen. De start is steeds op de finishplek van de vorige dag, en de overnachting vindt plaats op campings, in tunneltenten van de organisatie. Er is slechts één kleine verplaatsing: de op 14 juli afgelegde etappe naar Marseille eindigde bij het station, en daarna ging men per trein naar een camping in Arles.

 

Het etappelopen verovert terrein

Toen Jan Knippenberg in 1974 van Hoek van Holland naar Stockholm liep was dat nog iets heel bijzonders, al had Knip toen waarschijnlijk al kennis genomen van de Transcontinental Footraces dwars door Amerika van 1928 en 1929. Maar de laatste vijftien jaar zijn er vooral in Europa steeds meer etappelopen op de kalender verschenen. In 1998 werd voor het eerst de Deutschlandlauf over 17 etappes gehouden, en in het eerste decennium van deze eeuw zouden er nog eens vijf edities volgen. Frankrijk kwam in 2001 met de Transe Gaule over 18 etappes, en vorig jaar werd die loop al weer voor de elfde keer georganiseerd.
 

Na het doorkruisen van één groot land is de uitdaging van een reis door Europa natuurlijk niet te weerstaan, en in 2003 was het dan zover: de eerste Trans Europa Footrace (TEF) was een feit. Een loop van Lissabon naar Moskou in 64 dagen. Die 64 dagen werden ook aangehouden voor de volgende afleveringen van de TEF in 2009 (van Bari naar de Noordkaap) en 2012 (van Denemarken naar Gibraltar). In 2011 werd ook weer een footrace door Amerika gehouden (van Los Angeles naar New York in 70 dagen). Daarnaast kwamen in verschillende landen wat kortere etappelopen van de grond, zoals bij ons het Pieterpad. Na deze ontwikkelingen was het dus wachten op etappelopen in navolging van de grote wielerrondes. De organisatorische problemen van zo'n onderneming zijn echter zo groot, dat de meeste initiatieven al in een vroegtijdig stadium werden gestaakt. Met de nodige moeite is dit jaar dan toch de eerste Tour de France Footrace van de grond gekomen. Uiteindelijk bleven er 25 deelnemers over, waarvan vijf uit Nederland, en één uit België.

 

Aparte discipline

Het lopen van etappewedstrijden die langer dan een maand duren is een zware en moeilijke discipline. Over de Amerikaanse Transcontinentals schreef Knippenberg al in "De mens als duurloper" (1987): "het is niet de beste loper die zulke races wint, maar de loper die het langst heel blijft, niet te veel klachten heeft, alleen kleine blessures krijgt en met weinig slaap toe kan". Vooral in de Trans Europa Footraces is gebleken dat een voorsprong van vele uren in enkele dagen verdwenen kan zijn, en dat men met de finish in zicht nog gedwongen kan zijn om op te geven. Want het lichaam krijgt geen kans tot een normaal herstel door middel van rust, omdat er elke dag gelopen moet worden. Uit de trainingsleer kennen de meeste lopers wel het plaatje waarmee wordt uitgelegd dat een volgende trainingsprikkel het best in de fase van supercompensatie gegeven kan worden. Maar bij etappelopen komt het lichaam nooit aan die fase toe, en blijft zelfs het punt van gewone compensatie meestal buiten bereik. Dat betekent dus dat er een gestaag afbraakproces plaats vindt. Elke loper krijgt daarom met klachten en blessures te maken, en soms komen daarbij onvermoede zwakke plekken aan het licht, zoals vermoeidheidsbreuken. Maar zoals bij "gewone" ultralopen inzinkingen overwonnen kunnen worden, zo kun je bij etappelopen wonderlijk genoeg ook veel blessureperikelen weer te boven komen. Pijn en klachten kunnen weer verdwijnen. Deelname aan een wekenlange etappeloop is daarom per definitie een onzeker avontuur, waarbij je enerzijds bij de dag en de etappe leeft, en er anderzijds voortdurend rekening mee moet houden dat er nog vele zware dagen zullen volgen. De kans dat je een keer ziek wordt is ook reëel, want de weerstand neemt af en de hygiëne is vaak minder dan je gewend was. Ook het mentale aspect gaat zwaarder wegen dan bij andere ultralopen. De vraag "waar ben ik in Godsnaam mee bezig, en waarom doe ik dit?" kan door het hoofd gaan spoken, vooral als de uitputting toeneemt en het met de omstandigheden (weer, parcours, verzorging, sfeer in de groep etc.) niet zo loopt als gehoopt. En vele weken achter elkaar moeten leven in een wereldje dat alleen om lopen draait, met een uiterst monotoon dagritme, levert ook moeilijke momenten op.  Op de site van de Duitser Rainer Koch, één van de beste etappelopers ter wereld, staat een link naar een videopresentatie van de Amerikaan Russell Secker (finisher bij de TEF 2009), die uitleg geeft over zijn passie en ervaring met etappelopen.

Klik hier voor videoreportage van Rainer Koch

Het leven in een etappeloop ziet er volgens Secker uit als "Groundhog Day" (na 8.30 in de video). Elke dag om 4 uur opstaan, 5 uur ontbijten, 6 uur beginnen met lopen, na de finish douchen, uitpakken en de slaapplek gereed maken, een dutje doen, 's avonds om 7 uur eten, en om 8 uur weer naar bed. "All you do is run, eat and sleep". Na bijna 11 minuten van die video geeft hij trouwens een aardige vergelijking tussen die TEF van 2009 en de Tour de France voor wielrenners. Vrijwel alles is ook van toepassing op de beide Tours die nu onderweg zijn.

In Etang sur Arroux. Achterste rij: tweede van links Janet lange, vierde Wilma Dierx. Op de bank links Peter Suijkerbuijk, rechts Jenni de Groot.  Foto Dik Jagersma

Nederlandse deelnemers

Vanuit ons land zijn twee mannen (Peter Suijkerbuijk en Dave Boone) en drie vrouwen (Wilma Dierx, Jannet Lange en Jenni de Groot) aan de start verschenen. De drie dames hebben al eerder aan etappelopen meegedaan. Jenni heeft ervaring met de TEF van 2009 en de Trans America Footrace van 2011, Wilma liep in Frankrijk al middellange etappelopen als de Trans Gaule, en Jannet deed wat kortere etappelopen. Op de 24 uur hebben ze alle drie al eens de kampioenstitel veroverd. Het CV bij de heren is op dit ultralange terrein wat magerder. Dave heeft zich tot nog toe vooral toegelegd op de 100 km (en won zelfs het NK in 2013), Peter heeft een paar jaar geleden nog een zesdaagse gelopen. Het gebrek aan ervaring vormde voor de jonge Dave (26) overigens geen belemmering om met ambitieuze doelstellingen van start te gaan: de Tour de France was voor hem een mooie afsluiting van zijn periode als student, en hij zou zijn best doen om deze loop ook te winnen. De Belgische deelnemer Eddy Plume ken ik niet persoonlijk. In de database van de DUV zijn geen etappelopen van hem te vinden, maar net als Peter Suijkerbuijk heeft hij in 2012 meegedaan aan de zesdaagse van Antibes.

Foto 3: Het finishdoek bij de etappes Foto Dik Jagersma

Hoge temperaturen leiden al snel tot uitvallers

De eerste weken van de Footrace hadden de lopers te kampen met een hittegolf. De temperaturen lagen steeds ruim boven de dertig graden. Bovendien zaten er in de eerste week meteen al een paar lange etappes van meer dan 80 km. Omdat wij zelf op fietsvakantie in de Franse Alpen verbleven was het moeilijk om het verloop van die eerste Tourdagen te volgen. Wifi op campings functioneert niet geweldig, en op de site van de organisatie (www.skyrun.org) verschijnen de daguitslagen en klassementen vaak met veel vertraging. Om de etappes en uitslagen op die site te bekijken heb je bovendien een inlogcode nodig, maar die had ik al van Nederlandse deelnemers gekregen. We wisten dus op welke camping de finish van de vrij korte zesde etappe zou zijn, en besloten op onze terugreis naar Nederland in Etang sur Arroux even een bezoekje aan de groep te brengen. Aan het eind van die middag waren bijna alle lopers al binnen, maar het werd ons vooral duidelijk dat de eerste week voor iedereen fysiek en emotioneel bijzonder zwaar was geweest. Acclimatisatie aan de hitte was nauwelijks mogelijk geweest, en organisatorisch gingen er in die beginfase ook wat dingen mis. Zo werd er door onduidelijke markering van de route een paar keer verkeerd gelopen. Op sommige wegen was geen enkele schaduw te vinden en werd men door autoverkeer regelmatig de berm in gedwongen. Het lage tempo in de hitte leidde er toe dat men tussen de verzorgingsposten soms zonder drinken kwam te zitten, omdat men in de uitgestorven dorpjes ook geen water kon bemachtigen. In de echt lange etappes moest er met temperaturen van rond de veertig graden veel worden gewandeld, waardoor men pas tegen 8 uur 's avonds de finish bereikte. Tijdens de toch al korte nachtrust werd er vervolgens maar heel weinig geslapen, omdat het in de warme tenten niet uit te houden was. Bij deze kommer en kwel kwamen dan nog andere ongemakken: Janet was gevallen, en aangevallen door een hond, Peter kon door een opkomende knieblessure vrijwel niet meer lopen, en Dave (die slecht tegen warmte kan) kreeg door het noodgedwongen voortbewegen in hele lage tempo's last van een oude heupblessure. Reeds op dag 2 kon het uitvallen van de eerste (en ook oudste) deelneemster worden genoteerd, de Duitse Sigrid Eichner. Op dag 3 kwamen enkele deelnemers duidelijk in de gevarenzone terecht, en op dag 4 waren er maar liefst drie nieuwe uitvallers. Helaas was daar ook Peter Suijkerbuijk bij. De volgende dag moesten opnieuw twee uitvallers worden genoteerd. Eén van hen was een ontgoochelde Dave Boone die oververhit was geraakt, en om ernstige gezondheidsschade te voorkomen zich de laatste 17 km maar naar de camping had laten rijden. Hij was een grote illusie armer geworden, want het uitvallen in een etappe betekent ook dat je voortaan niet meer in het klassement voor komt. Wel kun je nog zoveel etappes meelopen als je wilt.

 

De vrouwen gaan vastberaden door

Hoewel de eerste week meer tegenslag en emoties had opgeleverd dan verwacht, en het uitvallen van de Nederlandse mannen een fikse domper betekende, heerste er op de camping in Etang sur Arroux geen terneergeslagen stemming. We hebben een paar geanimeerde uurtjes met elkaar doorgebracht. Na een dag rust had Peter deze redelijk korte etappe zelfs al weer voorzichtig meegelopen. Hij hoopte tot Parijs nog veel dagen mee te kunnen doen. Dave nam zich voor om eerst goed te herstellen, en daarna regelmatig een etappe mee te pikken. Hij probeerde zijn gedachten al weer naar loopdoelen in het najaar te sturen. De Nederlandse vrouwen die nog in de race waren realiseerden zich heel goed dat deze Tour een overlevingstocht is, en bereidden zich voor op nog zwaardere ontberingen. Het klassement speelde voorlopig geen rol in hun gedachten: "Je moet proberen zo heel mogelijk te blijven, en de finish in Parijs te halen. Dat zou al een megaprestatie zijn. Pas in de laatste anderhalve week ga je ook eens kijken hoe je ervoor staat in het klassement". Hoewel supporters geneigd zijn om elke dag ook naar het klassement te kijken, is het in de praktijk inderdaad verstandiger om er niet te veel aandacht aan te besteden. Een moeizaam opgebouwde voorsprong kan met een paar slechte dagen zo verspeeld worden, en bij fysieke problemen ben je helemaal op jezelf aangewezen. Je kunt niet als bij het wielrennen bescherming zoeken in een peloton.
 

Bij de mannen heerst in deze Tour de France Footrace trouwens wel een iets competitiever sfeertje. De top vijf houdt zich nadrukkelijk bezig met de rangschikking. Die snellere lopers vertrekken meestal een uur later dan de andere deelnemers. De Fransman David Le Broch won bijna alle etappes in de eerste week, en ging lange tijd aan de leiding. Maar in de derde week kreeg hij grote problemen met zijn bovenbenen, en in de 16e etappe kwam hij zelfs als allerlaatste binnen, vier uur na de winnaar van die dag. Intussen is hij in het klassement afgezakt naar de vierde plaats. De Belg Eddy Plume doet niet mee aan die onderlinge strijd, en beleeft zowel sterke als moeilijke dagen. Tot nog toe is hij er steeds in geslaagd om op tijd binnen te komen.

Foto 1: Wilma, Janet en Jenni naderen de top van de Mont Ventoux.  Foto www.skyrun.org

 Mont Ventoux een piekervaring

In de tweede week zouden nog eens vier lopers uit het klassement verdwijnen. Drie ervan kregen bij een etappe DNF achter hun naam, eentje kwam bij de twaalfde etappe pas tegen middernacht bij de camping aan, en ging de volgende dag maar niet meer van start. Van de overgebleven 14 klassementslopers hadden de meesten al te kampen met blessureleed. Jannet Lange bleef pijn houden aan haar knie, en kreeg daarna nog zere enkels, wat problemen met de kuit, en last van een voet. Maar ze kon in beweging blijven, en hoopt dat er op dagen met kortere etappes tijd is voor herstel. Wilma kreeg bij klimmen en dalen problemen met een kuitspier, en moest heel lang genoegen nemen met een lager tempo en regelmatig overgaan op wandelen. Later kwam daar nog een dikke enkel bij. Met haar optimistische instelling laat ze zich door zulke tegenslagen gelukkig niet snel ontmoedigen. Jenni houdt geen verslag bij, maar lijkt nog geen grote problemen te kennen, en wordt door Janet zelfs als superfit beschreven. Het hoogtepunt van hun Tour de France, de koninginnerit over de Mont Ventoux (etappe 14), hebben de Nederlandse vrouwen aangegrepen om gezamenlijk hand in hand over de top te lopen. Het leverde hun een kippenvelmoment op waar ze later nog vaak aan zullen terugdenken. Ook Dave Boone voltooide die etappe over de Ventoux. Peter Suijkerbuijk was toen al teruggekeerd naar Steenbergen. Hij had nog een paar hete etappes meegedaan, maar hield het tijdens de tiende etappe definitief voor gezien. Zijn lichaam was niet bestand tegen die voortdurende hitte, en een langer verblijf in Frankrijk leek hem niet verstandig: "Ik wil geen onverantwoorde risico's nemen met mijn gezondheid".

Dave Boone liep de 18e etappe op met Yves Beauchamp (links) en Eddy Plume (midden). Ze werden “Les trois Mousquetaires de la dégustation” genoemd.   Foto Yves Beauchamp.

 

Stand van zaken

Het blijft nog steeds warm in Frankrijk, maar de deelnemers hebben de komende week voornamelijk vlakke etappes af te leggen. Het grootste probleem is vermoedelijk het feit dat er vier lange dagen op rij bij zitten: 86, 85, 75 en 79 km. Na één wat makkelijker dag van 53 km krijgt men dan in het laatste weekend van juli nog eens twee 80-plussers voor de kiezen. Wie daar doorheen weet te komen kan voorzichtig aan Parijs gaan denken, want in de laatste twee weken zit nog maar één lange etappe van 83 km. Bijna op de helft van de Tour is het deelnemersveld dus geslonken van 25 naar 14. De kans is niet erg groot dat die veertien lopers allemaal Parijs zullen halen, maar Janet, Jenni, Wilma en Eddy zullen er alles aan doen om daar wel bij te zijn. Dat is voor hen het belangrijkste. Pas in de laatste week zal er waarschijnlijk ook wat meer naar de stand in het klassement worden gekeken. Er zijn nog vijf vrouwen in de strijd, en de onderlinge verschillen zijn zeker overbrugbaar. Na 18 etappes heeft de Japanse Hiroko Okiyama twee uur voorsprong op Wilma Dierx, negen uur op Janet Lange, en tien uur op Jenni de Groot. Bij de mannen leidt Takasumi Senoo (Japan), op iets minder dan twee uur gevolgd door de Fransman Stephane Pelissier.

 

Op de site van Hardloopgroep Westerpark (van Wilma) wordt dagelijks verslag gedaan: 

Janet Lange schrijft regelmatig over haar belevenissen van de afgelopen week/dagen: http://jannetlooptlang.blogspot.nl/

 

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *