Ad
< terug

L amour

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen


Marathonloper Henk van Duuren schrijft voor hardloopnieuws de column “hardlopen”.

Na een teleurstellend verlopen tien kilometerwedstrijd neem ik, in ruil voor mijn startnummer, het veel te roze T-shirt in ontvangst. Geheel tegen mijn kleurenprincipes in trek ik het onmiddellijk aan, want de hitte was intens en mijn wedstrijdshirt doorweekt. Met clubgenoten praat ik nog even na en slenter vervolgens over de Kermis op zoek naar de sporthal.

Een slanke atlete van rond de veertig kijkt wanhopig om haar heen. Ze klampt me aan en vraagt of ik misschien weet waar de kleedgelegenheid is. Ik doe net of ik feilloos de weg weet en sla een willekeurige straat in. Ik vraag hoe haar wedstrijd is verlopen. Ze antwoordt enthousiast dat het haar vandaag niet tegenviel. Ik hoor een klankkleur, die een buitenlandse achtergrond doet vermoeden. Het complimentje over haar prestatie vergeet ik niet en vraag en passent of ze misschien uit Tsjechië komt. Nee, ze is van Franse afkomst en woont al wel 15 jaar in Nederland. Ik trek mijn wenkbrauwen op en mijn mimiek is duidelijk genoeg. Het was l amour die haar naar ons koude kikkerlandje bracht. Ze vertelt het met een lach en haar ogen lichten op als ze er aan terugdenkt.

Ik vind de ontmoeting met deze vrouw erg leuk en als ik merk dat ik teveel in de richting van de sporthal loop, sla ik een straat in, zodat we nog een blokje om lopen. “Moeten we niet in de richting van die kerktoren?” merkt ze op. Ik zeg met stalen gezicht dat we de kortste route lopen. Ze is gerustgesteld en vertelt over haar man, de fantastische tijd samen met hem in Frankrijk, de moeilijke beginjaren na hun huwelijk in Nederland met die vreemde taal, die ze in haar land ‘malade de la gorge (ziekte van de keel noemen). We lachten samen hartelijk om die opmerking van haar.

Daarna vertelt ze geanimeerd verder in het hoge tempo van spreken dat de Fransen eigen is. De kinderen zijn al weer groot en nu heeft ze de beschikking over meer vrije tijd. Die gebruikt ze om geregeld met een loopgroep of individueel te trainen. Het is pas haar tweede wedstrijd, maar ze heeft gemerkt dat ze het nog niet verleerd is. Ze hoopt binnenkort het podium te beklimmen. Mijn opmerking dat het een hele opgave is bij de vrouwen senioren doen haar stralen. “Iek siet al in de catekorie 40+!” giechelt ze als een bakvis. Ze bloost zelfs als ik zeg dat ze er veel jonger uit ziet.

We naderen de sporthal en voordat ik verder kan vragen wordt ze begroet door een manspersoon. “Waar zat je toch. Ik loop je al een kwartier te zoeken?” “Iek was de weg kwijt. Deze meneer heeft me de weg gewezen! Lief hè!” De man kijkt bedenkelijk naar me, maar doet er het zwijgen toe. Ik loop, enigszins teleurgesteld omdat ik niet meer van haar te weten ben gekomen, de sporthal in en groet haar. Ze steekt haar hand op en roept enthousiast “Merci et au revoir!”
Voordat ik de kleedkamer betreed, kijk ik nog een keer over mijn schouder en zie dat de man haar met een innige omhelzing feliciteert. Het is haar man en nu begrijp ik zijn bedenkelijk kijken, stap de kleedkamer binnen en zeg hardop wat ik van hem vind: “Geluksvogel!”

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

L amour

31 augustus 2007 (0 reacties)

Hardlopen


Marathonloper Henk van Duuren schrijft voor hardloopnieuws de column “hardlopen”.

Na een teleurstellend verlopen tien kilometerwedstrijd neem ik, in ruil voor mijn startnummer, het veel te roze T-shirt in ontvangst. Geheel tegen mijn kleurenprincipes in trek ik het onmiddellijk aan, want de hitte was intens en mijn wedstrijdshirt doorweekt. Met clubgenoten praat ik nog even na en slenter vervolgens over de Kermis op zoek naar de sporthal.

Een slanke atlete van rond de veertig kijkt wanhopig om haar heen. Ze klampt me aan en vraagt of ik misschien weet waar de kleedgelegenheid is. Ik doe net of ik feilloos de weg weet en sla een willekeurige straat in. Ik vraag hoe haar wedstrijd is verlopen. Ze antwoordt enthousiast dat het haar vandaag niet tegenviel. Ik hoor een klankkleur, die een buitenlandse achtergrond doet vermoeden. Het complimentje over haar prestatie vergeet ik niet en vraag en passent of ze misschien uit Tsjechië komt. Nee, ze is van Franse afkomst en woont al wel 15 jaar in Nederland. Ik trek mijn wenkbrauwen op en mijn mimiek is duidelijk genoeg. Het was l amour die haar naar ons koude kikkerlandje bracht. Ze vertelt het met een lach en haar ogen lichten op als ze er aan terugdenkt.

Ik vind de ontmoeting met deze vrouw erg leuk en als ik merk dat ik teveel in de richting van de sporthal loop, sla ik een straat in, zodat we nog een blokje om lopen. “Moeten we niet in de richting van die kerktoren?” merkt ze op. Ik zeg met stalen gezicht dat we de kortste route lopen. Ze is gerustgesteld en vertelt over haar man, de fantastische tijd samen met hem in Frankrijk, de moeilijke beginjaren na hun huwelijk in Nederland met die vreemde taal, die ze in haar land ‘malade de la gorge (ziekte van de keel noemen). We lachten samen hartelijk om die opmerking van haar.

Daarna vertelt ze geanimeerd verder in het hoge tempo van spreken dat de Fransen eigen is. De kinderen zijn al weer groot en nu heeft ze de beschikking over meer vrije tijd. Die gebruikt ze om geregeld met een loopgroep of individueel te trainen. Het is pas haar tweede wedstrijd, maar ze heeft gemerkt dat ze het nog niet verleerd is. Ze hoopt binnenkort het podium te beklimmen. Mijn opmerking dat het een hele opgave is bij de vrouwen senioren doen haar stralen. “Iek siet al in de catekorie 40+!” giechelt ze als een bakvis. Ze bloost zelfs als ik zeg dat ze er veel jonger uit ziet.

We naderen de sporthal en voordat ik verder kan vragen wordt ze begroet door een manspersoon. “Waar zat je toch. Ik loop je al een kwartier te zoeken?” “Iek was de weg kwijt. Deze meneer heeft me de weg gewezen! Lief hè!” De man kijkt bedenkelijk naar me, maar doet er het zwijgen toe. Ik loop, enigszins teleurgesteld omdat ik niet meer van haar te weten ben gekomen, de sporthal in en groet haar. Ze steekt haar hand op en roept enthousiast “Merci et au revoir!”
Voordat ik de kleedkamer betreed, kijk ik nog een keer over mijn schouder en zie dat de man haar met een innige omhelzing feliciteert. Het is haar man en nu begrijp ik zijn bedenkelijk kijken, stap de kleedkamer binnen en zeg hardop wat ik van hem vind: “Geluksvogel!”

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *