Ad
< terug

Met een suikerklontje op pad

Zelfs hardlopers hebben vijanden. Niet veel, maar toch. Het komt voor dat vrouwen niet de loopschoenen durven aan te trekken uit angst lastig te worden gevallen door vervelende kerels. Misschien wel de beste remedie is een suikerklontje.

21 januari 2014 (0 reacties)

Adviezen voor een hardlopende vrouw

In onze hardloopbibliotheek alles voor hardlopende vrouwen

Door Jos Verlegh en bewerkt door Herman Weening

Zelfs hardlopers hebben vijanden. Niet veel, maar toch. Het komt voor dat vrouwen niet de loopschoenen durven aan te trekken uit angst lastig te worden gevallen door vervelende kerels. Misschien wel de beste remedie is een suiker
klontje.

Suikerklontje
Honden, automobilisten, motorrijders, scheve wegen, boomstronken en enge mannen. Zaken die het hardlopen tot een martelgang kunnen maken. Maar voor een deel zijn die te ondervangen.Vooral de hardlopende vrouw kan het moeilijk hebben. Een veel gehoorde klacht is dat vrouwen tijdens hun sport worden lastig gevallen, en niet alleen verbaal.
Het veiligste is natuurlijk om niet in je eentje te gaan rennen. Maar een hardloopmaatje heb je niet altijd bij de hand. En één van de aantrekkelijke zaken van de hardloopsport is toch dat je op elk uur van de dag de deur uit kan. En toch gaan veel vrouwen niet met een gerust gevoel in het donker de weg op. Er zijn vrouwen die ruim vallende kleding dragen en een muts opzetten, om zo hun vrouwelijkheid enigszins te camoufleren.Ook zijn er vrouwen die gewapend op pad gaan. Maar lopen met een pepperspray op zak is niet lekker. Een lichtere verdedigingsvariant, maar minstens zo doeltreffend, is een suikerklontje. Mocht je als vrouw worden aangevallen, kras dan met een het klontje over armen en gezicht van de man. De scherpe kantjes doen niet alleen pijn – schrikken dus af – ze veroorzaken zelfs littekentjes. En leg die verwondingen als man maar uit aan je omgeving.

Honden
Ook een vervelend obstakel voor de loper is de hond. Hij bijt niet hoor, hij wil alleen maar spelen. oh, ja, dat zal wel. Daar loop je dan door het bos of over een stille weg. In de verte zie je hem al staan, die herdershond midden op de weg. In geen velden of wegen een baasje te bespeuren.Wat te doen? In de handel is een apparaatje verkrijgbaar, die, als het goed is, de hond zal verjagen. De dogchaser heet het kleine ding. Voor 29.95 euro moet het je beschermen tegen je vijand. Je richt het apparaat met infrarood lampje op de hond en drukt op een knop. De dogchaser produceert een hoge toon, die voor de mens nauwelijks hoorbaar is, maar de hond de stuipen op het lijf jaagt. Het beest zal door de piep op de vlucht gaan.Maar wat als je niet toevallig zon apparaatje bij je hebt? Doe maar net of je de hond niet ziet, kijk het beest in geen geval in de ogen, en ga wat rustiger lopen. Wek in geen geval de agressie van de hond op. En dan is er nog de medemens als natuurlijke vijand. De zondagse motorrijders, die in slagorde rakelings langs de kwetsbare hardloper scheuren. De automobilist die, als hij de kans krijgt, gas geeft om gelijktijdig met de loper bij die diepe plas te zijn. En denk niet als een automobilist uit een uitrit komt, hij de hardloper voorrang zal verlenen. Mocht het onverhoopt wel gebeuren, tien tegen één dat je niet een collega-hardloper hebt te maken. En nog steeds kom je ze tegen, die bijdehandjes, die denken lollig te zijn: ze hebben hem al hoor. 0, o, wat origineel. Dien ze van repliek. Gil terug ze moeten mij hebben, en je zal zien; ze staan met de mond vol tanden. Voor ze een passend antwoord klaar hebben, is de loper al ruimschoots buiten gehoorsafstand.

“Zon atletiekbaan is ineens wel erg groot”
Mooi gezicht op sportpark Schothorst in Amersfoort. Mery Lijnzaat zat er zondagochtend in alle vroegte al snel doorheen tijdens haar eerste clinic, georganiseerd door Aart Stigter. Ze besloot een rondje af te kappen en tegen de richting in te lopen, om zo weer aansluiting te krijgen met haar groep. De eerste die ze tegenkwam? Zoon Bjorn. Mery (44) en Bjorn (15) Lijnzaat, bloedverwanten met elk een eigen missie. Zij wil op 28 maart de vijf kilometer voltooien, hij denkt reeds aan een fraaie tijd op die afstand.„Bjorn moet lekker zijn gang gaan. We hebben niet afgesproken om tijdens trainingen of de wedstrijd bij elkaar te blij ven. Dat werkt niet. Hij loopt harder, makkelijker.” Mery Lijnzaat staat nog maar aan het begin. Over de eerste keer dat ze op een atletiekbaan liep. “Zon baan is ineens wel heel erg groot. Ik kon niet eens één rondje afmaken”. Gebrek aan basisconditie, zegt ze. Maar dat is het niet alleen, voegt Mery Lijnzaat er aan toe. „Hardlopen is nieuw voor me. Twee jaar geleden heb ik de Wandelvierdaagse voltooid. Vier dagen veertig kilometer. Ook pittig. Maar dan loop je op straat, op een harde ondergrond. En op stevige, zware schoenen. Nu heb ik de wandelvierdaagse in Nijmegen voltooid. Ook pittig maar dan loop je op straat, op een hardere ondergrondEn op stevige,zware schoenen.Nu ren ik op soepele schoenen en op een zachtere ondergrond. Een totaal ander verhaal.” Eigenlijk had ze dit jaar weer aan de Vierdaagse mee willen doen. Maar Lijnzaat werd niet ingeloot. Ze zocht een alternatief en de clinics van Aart Stigter leken haar wel wat. „Ik heb wandelbenen, geen loopbenen. Je gebruikt toch heel andere spieren als je rent. Het is een andere manier van bewegen dan wandelen. Zondag was de eerste clinic, maar ik heb nog altijd spierpijn.”Toch weigert ze in paniek te raken. Lijnzaat gunt zichzelf de tijd te wennen aan het hardlopen. „ Ik ben pas net begonnen. En mocht het straks in de wedstrijd echt niet lukken, dan wandel ik hem toch gewoon uit.

© Utrechts Nieuwsblad (2004)

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met een suikerklontje op pad

Zelfs hardlopers hebben vijanden. Niet veel, maar toch. Het komt voor dat vrouwen niet de loopschoenen durven aan te trekken uit angst lastig te worden gevallen door vervelende kerels. Misschien wel de beste remedie is een suikerklontje.

25 februari 2006 (0 reacties)

Adviezen voor een hardlopende vrouw

In onze hardloopbibliotheek alles voor hardlopende vrouwen

Door Jos Verlegh en bewerkt door Herman Weening

Zelfs hardlopers hebben vijanden. Niet veel, maar toch. Het komt voor dat vrouwen niet de loopschoenen durven aan te trekken uit angst lastig te worden gevallen door vervelende kerels. Misschien wel de beste remedie is een suiker
klontje.

Suikerklontje
Honden, automobilisten, motorrijders, scheve wegen, boomstronken en enge mannen. Zaken die het hardlopen tot een martelgang kunnen maken. Maar voor een deel zijn die te ondervangen.Vooral de hardlopende vrouw kan het moeilijk hebben. Een veel gehoorde klacht is dat vrouwen tijdens hun sport worden lastig gevallen, en niet alleen verbaal.
Het veiligste is natuurlijk om niet in je eentje te gaan rennen. Maar een hardloopmaatje heb je niet altijd bij de hand. En één van de aantrekkelijke zaken van de hardloopsport is toch dat je op elk uur van de dag de deur uit kan. En toch gaan veel vrouwen niet met een gerust gevoel in het donker de weg op. Er zijn vrouwen die ruim vallende kleding dragen en een muts opzetten, om zo hun vrouwelijkheid enigszins te camoufleren.Ook zijn er vrouwen die gewapend op pad gaan. Maar lopen met een pepperspray op zak is niet lekker. Een lichtere verdedigingsvariant, maar minstens zo doeltreffend, is een suikerklontje. Mocht je als vrouw worden aangevallen, kras dan met een het klontje over armen en gezicht van de man. De scherpe kantjes doen niet alleen pijn – schrikken dus af – ze veroorzaken zelfs littekentjes. En leg die verwondingen als man maar uit aan je omgeving.

Honden
Ook een vervelend obstakel voor de loper is de hond. Hij bijt niet hoor, hij wil alleen maar spelen. oh, ja, dat zal wel. Daar loop je dan door het bos of over een stille weg. In de verte zie je hem al staan, die herdershond midden op de weg. In geen velden of wegen een baasje te bespeuren.Wat te doen? In de handel is een apparaatje verkrijgbaar, die, als het goed is, de hond zal verjagen. De dogchaser heet het kleine ding. Voor 29.95 euro moet het je beschermen tegen je vijand. Je richt het apparaat met infrarood lampje op de hond en drukt op een knop. De dogchaser produceert een hoge toon, die voor de mens nauwelijks hoorbaar is, maar de hond de stuipen op het lijf jaagt. Het beest zal door de piep op de vlucht gaan.Maar wat als je niet toevallig zon apparaatje bij je hebt? Doe maar net of je de hond niet ziet, kijk het beest in geen geval in de ogen, en ga wat rustiger lopen. Wek in geen geval de agressie van de hond op. En dan is er nog de medemens als natuurlijke vijand. De zondagse motorrijders, die in slagorde rakelings langs de kwetsbare hardloper scheuren. De automobilist die, als hij de kans krijgt, gas geeft om gelijktijdig met de loper bij die diepe plas te zijn. En denk niet als een automobilist uit een uitrit komt, hij de hardloper voorrang zal verlenen. Mocht het onverhoopt wel gebeuren, tien tegen één dat je niet een collega-hardloper hebt te maken. En nog steeds kom je ze tegen, die bijdehandjes, die denken lollig te zijn: ze hebben hem al hoor. 0, o, wat origineel. Dien ze van repliek. Gil terug ze moeten mij hebben, en je zal zien; ze staan met de mond vol tanden. Voor ze een passend antwoord klaar hebben, is de loper al ruimschoots buiten gehoorsafstand.

“Zon atletiekbaan is ineens wel erg groot”
Mooi gezicht op sportpark Schothorst in Amersfoort. Mery Lijnzaat zat er zondagochtend in alle vroegte al snel doorheen tijdens haar eerste clinic, georganiseerd door Aart Stigter. Ze besloot een rondje af te kappen en tegen de richting in te lopen, om zo weer aansluiting te krijgen met haar groep. De eerste die ze tegenkwam? Zoon Bjorn. Mery (44) en Bjorn (15) Lijnzaat, bloedverwanten met elk een eigen missie. Zij wil op 28 maart de vijf kilometer voltooien, hij denkt reeds aan een fraaie tijd op die afstand.„Bjorn moet lekker zijn gang gaan. We hebben niet afgesproken om tijdens trainingen of de wedstrijd bij elkaar te blij ven. Dat werkt niet. Hij loopt harder, makkelijker.” Mery Lijnzaat staat nog maar aan het begin. Over de eerste keer dat ze op een atletiekbaan liep. “Zon baan is ineens wel heel erg groot. Ik kon niet eens één rondje afmaken”. Gebrek aan basisconditie, zegt ze. Maar dat is het niet alleen, voegt Mery Lijnzaat er aan toe. „Hardlopen is nieuw voor me. Twee jaar geleden heb ik de Wandelvierdaagse voltooid. Vier dagen veertig kilometer. Ook pittig. Maar dan loop je op straat, op een harde ondergrond. En op stevige, zware schoenen. Nu heb ik de wandelvierdaagse in Nijmegen voltooid. Ook pittig maar dan loop je op straat, op een hardere ondergrondEn op stevige,zware schoenen.Nu ren ik op soepele schoenen en op een zachtere ondergrond. Een totaal ander verhaal.” Eigenlijk had ze dit jaar weer aan de Vierdaagse mee willen doen. Maar Lijnzaat werd niet ingeloot. Ze zocht een alternatief en de clinics van Aart Stigter leken haar wel wat. „Ik heb wandelbenen, geen loopbenen. Je gebruikt toch heel andere spieren als je rent. Het is een andere manier van bewegen dan wandelen. Zondag was de eerste clinic, maar ik heb nog altijd spierpijn.”Toch weigert ze in paniek te raken. Lijnzaat gunt zichzelf de tijd te wennen aan het hardlopen. „ Ik ben pas net begonnen. En mocht het straks in de wedstrijd echt niet lukken, dan wandel ik hem toch gewoon uit.

© Utrechts Nieuwsblad (2004)

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *