< terug

Respect voor de afstand.

21 april 2021 (0 reacties)

Voormalig wereldkampioen schaatsen Erben Wennemars adviseert marathonloper Michel Butter in de Susy Q&A podcast van het hardloopblad Runner’s World om over een maand nog een keer te proberen een snelle marathon te lopen. Hij kan dan alsnog proberen zijn tijd van afgelopen zondag te verbeteren. Voor een topatleet die een snelle marathon wil lopen is dit een slecht advies.  Het adagium moet zijn respect voor de afstand.

Michel Butter maakte afgelopen zondag in Enschede tijdens de NN Mission marathon een indrukwekkende comeback. Hij finishte na een prachtige marathon met een eindtijd van 2.10.30. Het was ruim binnen de olympische limiet van 2.11.30. Tevens is het de vierde tijd in de ranglijst van de atleten, die zich voor de olympische marathon van Sapporo hebben gekwalificeerd. Het was voor Butter zijn beste marathon sinds negen jaar. Michel Butter gaf zelf na afloop aan dat hij tot het uiterste was gegaan. De spierpijn was navenant. Hij liep van start tot finish tot het uiterste van zijn kunnen. Topatleten lopen meestal in training al een marathon maar een marathon op volle snelheid lopen is een unieke prestatie. Om dan ook nog een snellere tweede helft te lopen vergt mentaal en fysiek alles van een atleet.

Hoe anders is dat bij het grote lopers peloton waartoe ook Wennemars behoort. Fysiek gezien is het lopen van meerdere marathons in een jaar voor een goed getrainde atleet geen probleem. In deze tijd van corona lopen talloze hardlopers meerdere malen solo een marathon. Marathons met een gematigde snelheid van vier a vijf minuten per kilometer. Wennemars zelf een prima hardloper liep zelf wel eens twee marathons binnen een week.

Hoe anders is het voor topatleten zoals Michel Butter, die met een snelheid van rond de drie minuten per kilometer de wedstrijd tot een goed einde proberen te brengen. Het streven is meestal een snellere tweede helft te lopen de zogenaamde negative split. Het voltooien van een dergelijke topmarathon heeft echt impact op het lijf van een atleet. We hoorden het Bart van Nunen nog zeggen in ons interview met hem. Hij loopt slechts één marathon per jaar. Alle toplopers weten het en lopen dan ook meestal twee marathons per jaar. Een marathon in het voorjaar en een marathon in het najaar. Alleen dan is, na een gedegen voorbereiding, een topprestatie in de marathon mogelijk. Respect voor de afstand is gevraagd. Vraag het aan topatleten Roy Hoornweg en Frank Futselaar, die beiden zondag na afloop constateerden dat het lijf de topsnelheid over de volle 42.195 km niet aankon. Futselaar omdat de krachtsinspanning van een week geleden, hij verliet na 32 km met kuitkrampen de marathon van Siena, te veel van het goede was geweest. Hoornweg debuteerde zondag en moest na 30 km het strijdtoneel verlaten. Zijn atletenlijf kon het gewenste tempo niet aan. Voor hen was niet het uitlopen van de marathon het probleem maar de snelheid.

Fysiek kan Butter over een maand probleemloos weer een marathon lopen maar verwacht dan geen snellere tijd. Butter negeert het advies van Wennemars en peinst er dan ook niet over om nog een marathon te lopen. Het zou de hele voorbereiding op een eventuele olympische marathon verpesten verklaart hij in de podcast.  Butter heeft respect voor de marathonafstand. Het is een gegeven waarmee elke topatleet dient te leven en te trainen.

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *